23 oktober 2019

De winters worden warmer
De harde en schokkende cijfers

Het aantal ijsdagen en Hellmanngetal gehalveerd.
Vooral strenge- , maar ook matige vorst komt minder vaak voor.
In alle grafieken / overzichten komt dat goed tot uiting.

Verderop op de pagina aandacht voor specifieke winters, zoals de winter van 1956 en 1963, naast die vanaf 2010, verwerkt t/m 2019.

Voor de winter van 2018 : Weeroverzicht 2018 en voor de winter van 2019 naar Weeroverzicht 2019
Naar de pagina Elfstedentocht (met grafieken van de koudegetallen winter & seizoen en de vorstsom). Voor de actuele /laatste winter, 2019/2020: link naar Actuele winter of Weeroverzicht 2020

De Winter van 2019
Verderop op deze pagina het overzicht van de koudste winters

Algemene trend: daling aantal ijsdagen
Het wordt warmer en iets zonniger in de winter. Opvallend is het sterk dalend aantal ijsdagen en het aantal nachten met een temperatuur lager dan -5°C. Bijna schokkend is het om te zien dat in 45 jaar het aantal ijsdagen en het zogenaamde Koudegetal gehalveerd zijn, vergelijk zelf de ’30 jaar norm’ vanaf 1950 tot de periode 1991-2018 ( als ‘Norm 2020’). Deze eeuw bracht weinig winterse perikelen. Alleen januari 2010 (-0,5°) en december 2010 (-1,1°) van deze eeuw staan in de lijst van koudste wintermaanden en februari 2012 had een koudegolf. En dan waren er vanaf 11 maart 2013 tot op heden slechts 9 ijsdagen in De Bilt in de winter (*). Tussen de ijsdag op 29-12-2016 en de voorgaande ijsdag op 23-1-2015 zat 706 dagen, een record! Normaal is 7 ijsdagen in de winter en 8 over het gehele jaar (norm 2010). De laatste ijsdag in De Bilt is 2 maart 2018. Tussen 10-2-2017 en 28-2-2018 zaten 383 dagen, met op 28-2-2018 -4,6°, een dagrecord!).
(*) Daarvan 5 in de winter van 2017. Deze ijsdagen waren niet opvolgend op elkaar, behalve de laatste 2. De winter van 2018 had er 1, over de periode nov t/m maart: 3.

Bericht over 1947 op 27-6-2016: Eind juni 2016 herijkte het KNMI de temperatuur voor de jaren van voor 1951. Bij controles bleek dat er ook kleine correcties waren over de jaren 1951-1970. Hierdoor wijzigden gemiddelden, de overzichten op de site zijn daarop aangepast. MeteoGroup plaatste een artikel over het hoe en waarom: ‘1947 valt van voetstuk’

Enkele cijfers in tabellen / grafieken – De Bilt

  • De Winters vanaf 1701 t/m 2019
  • De gemiddelde temperatuur per eeuw 
  • De tabel Winters over de 5 hoofdstations

Ten aanzien van koudste en warmste winters vanaf het jaar 1701 tot 1901 geldt ‘de omgeving van De Bilt’.
Voor 1901 was het meetstation op verschillende plaatsen in de buurt van het huidige in De Bilt, bebouwing is mede één van de redenen. De gegevens komen o.a. van de site ‘Wintergek’.

 

Bovenstaande tabel opgemaakt uit de gegevens van de site van de heer Schaap en zelf aangevuld met de voorlopige gegevens van de huidige winter: zie mscha.org/KNMI/winter

In 70 jaar, tussen de norm 1950 met ‘Norm 2020’
– Daalt het aantal ijsdagen van 13 naar 6
– Daalt het aantal vorstdagen < – 10° van 5 naar 1
– Daalt het aantal vorstdagen < – 5° van 17 naar 9
– Het Koudegetal / Hellmanngetal daalt van ruim 90 naar net 40 (zie ook in het artikel over de Elfstedentocht).
– De gemiddelde temperatuur stijgt van 2 naar 3,8℃ (periode 1991-2019)
– Gemiddelde laagste maximum per jaar in 2085 naar 0,0℃ ? Lees artikel verderop.

De cijfers uitgedrukt in grafieken, na de winter van 2019

Stijging van temperatuur in de winter – laatste 70 jaar.
De dikkere lichtgroene lijn is het ‘standaard etmaal gemiddelde’.
Hieronder de grafiek na 2019

Er kan ook gekeken worden naar de gemiddelden van de 5 koudste winters per tijdvak 30 jaar.
Kijkend naar het onderstaand overzicht, samen met de periode 1991-2019 / 2001-2019, is de opgaande trend helemaal goed te zien, vooral als je kijkt naar de minimum temperatuur. Er zijn tenslotte minder echt koude winters.

 

De temperatuur in de winter 1701-2019 & in tijdvakken van 30 jaar

Het overzicht van de koudste winters
Het KNMI meldde onder hun kopje ‘Winter door de jaren heen’ over het aantal strenge winters (*) per eeuw. Dat zijn winters met een etmaal gemiddelde < 0℃.
18e eeuw: 14
19e eeuw: 13
20e eeuw: 8 (laatste in 1996: -0,2℃)
21e eeuw: 0

(*) Hierover een opmerking
Het is moeilijk een ‘strenge winter’ te definiëren. Volgens het Hellmann Getal moet dit 300 punten zijn, maar dan is bijna niet één winter streng. Daarnaast zijn er maanden, zoals die van februari 1956, die erg koud waren. Echter, de winter van 1956 voldoet niet aan streng, terwijl de etmaal temperatuur voor februari -6,7℃ was, wat het maandrecord is vanaf het jaar 1824, met een koude getal van 202!!
Er moet ergens een lijn getrokken worden, maar dit soort winters zoals die van 1956 behoren voor mij ook tot ‘streng’, zeker als je 1956 met 1996 vergelijkt. 1996 kwam over de gehele winter “maar” tot 145 koude punten. Anderen spreken dan ook van een strenge winter als het koudegetal minimaal 200 is. Tom van der Spek kwam met een nieuwe manier van kijken op ‘158’, zie uitleg iets verderop op deze pagina.

Extra informatie over februari 1956: zie verderop op deze pagina en via de volgende links:
In het Duits van ‘Kachelmannwetter’:
februari 1956 (foto 1 : Rijn bij Mainz, foto 2: auto rijdt over de Gouwzee Noord-Holland) of lees het artikel van het KNMI: februari 1956 – KNMI of van MeteoLink: februari 1956 – MeteoLink

foto 1 : Rijn bij Mainz & foto 2: auto rijdt over de Gouwzee Noord-Holland

De gemiddelde winter temperatuur lag in de 20e eeuw rond 2,6 ℃ . In de 18e en 19e eeuw lag dit rond 1,9℃, aldus het KNMI. Dat ligt een stuk lager dan de huidige 3,8℃ , gezien over de periode 1991-2019!
Strenge winters ( koudegetal > 200), vanaf 1684
[1684] [1709] [1740] [1784] [1789] [1795] [1823] [1830] [1838] [1845] [1855] [1891] [1895] [1929] [1940] [1942] [1947] [1956] [1963] en [1979]
wetenschap.infonu.nl – Enkhuizer Almanak / KNMI

De winter van 1890-1891 heeft het langste geduurd met een vorstperiode van circa 60 dagen. In 1962-1963 was de koudste, na 1830, met een gemiddelde wintertemperatuur van -3°. De laagste temperatuur in Nederland ooit, werd geregistreerd te Winterswijk, Gelderland, op 27 januari 1942. Het werd toen -27,4°.

Aantal maanden met etmaalgemiddelde < 0°C

De tabel geeft goed aan dat er niet veel vorst is deze eeuw. De laatste maand waarbij het etmaalgemiddelde <0° lag is december 2010. Het werd toen -1,15° wat de 21e plaats is voor december vanaf 1706 en plaats 5 vanaf 1901. De andere maand uit deze eeuw is januari 2010. De koudste maand vanaf 1707 is januari 1823 met ongeveer -7° ( al heeft hier geen herijking van 2016 over plaatsgevonden). Februari 1956 staat met -6,7° op plek 2. De gegevens over de periode 1701 t/m 1900 zijn o.a. van het KNMI (over de periode vanaf 1901 van de heer M. Schaap & KNMI) en komen van de site: Wintergek.

De Vorstsom & Hellmanngetal en de ‘nieuwe norm strenge winter – Tabel ‘Franksgetal’
Met dank aan Tom van der Spek , artikel op 17-2-2016 (KNMI / MeteoGroup / Mscha)
Een willekeurige winter moet heel wat vorst opleveren om als ‘streng’ betiteld te kunnen worden. Kijkend naar De Bilt: noemen wij de tien koudste winters die in het tijdvak 1901 t/m 2000 zijn voorgekomen ‘streng’, dan moet een strenge winter tenminste 158 Hellmann punten scoren’, aldus Tom.

Zelf vond ik in mijn tienerjaren al dat de marge voor een normale winter tussen 40 en 100 veel te groot is. Als extra argument is aan te voeren dat waarden tussen 80 en 100 vaak een aardige winter weergeven, kijk maar naar de winter van 2010 en 2012 met 94,7 om 88,4, of die van 1969.
Tom schreef verder:
‘Als wij stellen dat van iedere honderd winters er 40 aan de koude kant zijn en 40 aan de zachte kant, dan zijn er 20 winters ‘gemiddeld’. Voor De Bilt houdt dat in dat voor een gemiddelde winter van de 20e eeuw het een Hellmanngetal tussen de 35 en 73 oplevert en een vorstsom tussen 169 en 239 punten’, aldus Tom. Dat lijkt mij zeker een evenwichtige norm om aan te houden.

Meer evenwichtige tabel van Koudegetal – Hellmanngetal: ‘de nieuwe waardering van het koudegetal’
Op de manier van meten zoals Tom het beschreef zou je een nieuwe tabel kunnen aanhouden. Deze is er niet, dus maakte ik er zelf één, publicatie eind 2016. Kijkend naar de ijskoude maand februari 1956, met koudegetal 202 of naar de winter van 1979, is deze tabel gerechtvaardigd en zeker meer in balans.

2-top-10-koudegetallen

Met deze methode geldt voor de vorstsom dan de grens van 431 punten voor een strenge winter, aldus Tom. Ook daar ga ik in mee. De vorstsom is de som van alle negatieve minimum- én maximumtemperaturen, met weglating van het minteken.
Enkele winters met hun vorstsom (van voor ‘de herijking in 2016’), en met koudegetal, periode november t/m maart: tot 20-1-2019
1929: 599 om 225
1942: 782 om 334
1947: 731 om 348
1956: 543 om 223
1963: 808 om 337
1970: 421 om 141
1979: 494 om 206
1982: 360 om 127
1985: 476 om 194
1986: 395 om 149
1987: 426 om 152
1996: 421 om 151

1997: 326 om 132
2010: 288 om 95
2013: 262 om 73
2014: 25 om 0
2017: 168 om 36
2018: 142 om 34
2019: 68 om 12,1 

De grafiek van de Vorstsom tezamen met het Hellmangetal vanaf 1902 en daarna de grafiek vanaf 1950 met de 30 jarige norm / trend, dd. 1-4-2019.

Hellmann en vorstsom : stand op 31 maart 2019 (‘winter 2019’)

 

Wat is een vorstperiode
Er is sprake van een vorstperiode als er in een aanhoudende periode minimaal vijf dagen op rij zijn met negatieve etmaalgemiddelden waarbij er minstens 16 Hellmann punten bijeen worden gesprokkeld. Die 16 punten geeft de grens aan waarbij er op redelijk wat plekken op natuurijs geschaatst kan worden. In de 20e eeuw waren er 121 stuks, met een totaal gemiddelde koudegetal van 47. In de 21e eeuw zijn dat er tot nu toe 15 stuks, wat nog meevalt als je kijkt naar de opwarming van de aarde, al is het gemiddelde koudegetal ‘maar’ 31. Met een lager getal minder kans op ijs in grotere en diepere wateren. Begin maart 2018 viel de laatste vorstperiode te noteren. Ter vergelijking is de vorstperiode van 1997, met de laatste Elfstedentocht, toegevoegd.

Vorstperioden 21e eeuw – De Bilt

De top 10 koudste wintermaanden per maand vanaf het jaar 1707
De gegevens voor 1901 zijn bij benadering en komen gedeeltelijk van ‘MeteoLink’ en ‘Wintergek’. Deze metingen zijn uit de “omgeving” van De Bilt en zonder de herijking uit 2016.

De koudste winters vanaf 1902
Gesorteerd op het Koudegetal winter

1996 en de temperatuur:
In andere overzichten staat soms -0,1° vermeld bij 1996 en 0,0 bij 1941 en 1956.
Zelf houd ik het daggemiddelde aan, rekening houdend met het aantal kalenderdagen (en schrikkeljaar). Zo kwam 1996 aan -0,2°, daar het daggemiddelde op -0,156° uitkwam.

Het gemiddelde berekend:
Verschillende sites geven voor 2017 een temperatuur van 3,8° aan. Zelf reken ik met de methode: (december * 31 dagen + Januari * 31 + februari * 28) / 90 = 3,72° , in jaren zonder schrikkeljaar.
De maanden afgerond op 3 decimalen achter de komma. Deze maandcijfers komen van de site van Mscha en worden door mij aangevuld en over deze eeuw ook zelf berekend.

Vanaf 2085 een gemiddelde laagste max. temperatuur in het jaar >=0,0°C
Per kalenderjaar bekeken waarschijnlijk nog niet, maar het KNMI kwam begin 2018 met een “mooie” prognose: ‘de gemiddelde laagste maximum temperatuur per winter ligt in 2085, gemeten over 30 jaar, op 0,0°’! In 1970 was dit cijfer nog -4,7°, 2020 gaat momenteel richting de -2,5° , zie ook de gegevens in 7e kolom in de bovenstaande tabel. Als de reeks doorgetrokken wordt dan lijkt de prognose van het KNMI, door ingeving van de klimaatverandering, een goede prognose, als de temperatuurstijging niet een halt wordt toegeroepen. Artikel KNMI: Koudste dag

Gemiddeld aantal vorstdagen per maand
De Bilt en het aantal vorstdagen anno ‘norm 2010’: oktober 2, november 5, december 13,  januari 13, februari 13, maart 8 en april 4. Voor de winter staat het gemiddelde op 38, omdat voor december dan gekeken wordt naar het 30 jarig gemiddelde van ‘1 jaar terug’ (12,46 over de periode 1980-2009). 

Warmste winters vanaf 1902-2019

De koudste wintermaanden vanaf 1901:
De ‘Elfsteden maanden’ in grijs aangegeven
Februari 1956 met 30 koude ‘max/min/etmaal records’

De warmste wintermaanden vanaf 1901:
December 2015 record warm zonder vorstdagen, met 18 warmte records, voor maximum, minimum en etmaal ieder 6 stuks. December 2018 is in de lijst opgenomen.
Februari 2019 met 6,1° in deze lijst.

‘Warmere winters, vogels in beweging’
Het KNMI plaatste begin 2019 een kort bericht over de trek van de vogels, veroorzaakt door de klimaatverandering en de daarmee samenhangende warmere winters.

Winters en wintermaanden met hoogste & laagste luchtdruk
Na de winter van 2019

De befaamde winter van 1978-79
Link naar Winter 1978-79 : Weet u nog waar u was op 30 december 1978? Op deze pagina wordt er ook aandacht besteed aan sneeuwval en sneeuwdekdagen.

Toplijst KNMI koudste winters vanaf 1901
De natste, droogste, zonnigste warmste en koudste winters: Winter cijfers KNMI
Hieronder dit overzicht met iets meer informatie over de koudste winters, vanaf 1901.

Naar Actuele winter of voor specifieke informatie over de winters vanaf 2012 naar Jaren , of voor de voorlaatste winter naar 2019

Eens in de 50 jaar nog maar een Elfstedentocht?
Naar Elfstedentocht (met overzicht koudegetallen)

Enkele bijzondere feiten over de winters
Periode 2014-2017: Hellmann getal over 4 aansluitende seizoenen record laag
Het laagste Hellmanngetal over de periode november / maart was 85 over de jaren 2004 t/m 2007 opgeteld. Het totaal van 2014 t/m 2017 is 53,4. Dat is een absoluut dieptepunt vanaf de metingen sinds 1901.

2019: zacht met 2 ijsdagen
De winter van 2019 startte zacht en somber, de gemiddelde etmaal temperatuur voor de 1e decade van december was 8,5° (normaal rond 4,2°). Met 6,1 graden kwam december in de lijst van warmste wintermaanden. Van 18 t/m 25 januari was het aan de koude kant, met 2 ijsdagen en 4 sneeuwdekdagen, maar het kwam in De Bilt niet tot een vorstperiode met een Hellmann getal van 11. Het werd 5,22° in de winter van 2019, welke een top 9 warmste notering werd vanaf 1901 en in de top 12 gerekend vanaf het jaar 1701. Op 10 februari viel er ruim 30 mm, de 1 na grootste hoeveelheid voor februari. Vanaf 14 februari werd het heel zonnig, de maand kwam op plek 3, en de laatste decade was erg zacht. Op 26 februari werd het 18,9°, een maandrecord voor februari, waarbij het 20,5° werd op de 27e in Arcen. Verdere informatie, zie weeroverzicht 2019
2018: Zeer zware storm, 1 ijsdag, 3,8° (norm 3,4°), met koud eind
2018 was zacht, zonnig en nat, al was februari droog en koud. Het koudegetal van 32 zegt genoeg. Eerst was ze somber, maar na februari zonnig. De zon scheen bijna niet in december, ze eindigde met 24,7 uur in de top 11 voor de maand december (1974 staat 10e met 24,5 uur). De week voor de kerst scheen de zon op veel plaatsen geheel niet (De Bilt, 5 dagen op rij vanaf de 21e tot aan 1e Kerstdag). Op 10 en 11 december viel er op uitgebreide schaal sneeuw (op veel plaatsen lag meer dan 10 cm). In het zuiden dooide die bijna direct op beide dagen weg, terwijl in Hoog Soeren op de 16e nog sneeuw lag, maar daar viel 35 tot 40 cm. In januari waren er 3 stormen, waarvan die op de 18e januari tot de sterkste behoorde van de laatste 40 jaar, tevens behoorde januari tot de 10 zachte januari maanden, zie weeroverzicht 2018
De koudste periode van de winter werd de laatste week van februari. De laatste decade van februari was -2°, norm 3,8° en was de koudste sinds februari 1986 toen de Elfstedentocht werd gereden. Omdat februari erg zonnig was (de zonnigste met 159 uur sinds 1901) werd de winter toch niet somber, zelfs aan de zonnige kant.
De totalen:
Neerslag totaal: al 268 mm tegen 203 normaal over de gehele winter (top 16 plaats). December was erg nat in het westen en midden van het land, er viel daar tussen 140 en 170 mm. In De Bilt viel in december 162,5 mm, welke een 5e plaats was. Landelijk voor de winter: 244 tegen 208 mm normaal. Januari kwam in de top 10 zachtste.
Zonuren: 231 uur (tegen 198 normaal), plaats 11. Landelijk 244 tegen 196 uur normaal.
Aantal vorstdagen was 33 voor de maanden dec/feb: 6-4-23, de norm 38 in 2010. Over de periode november/maart 48: 4-6-4-23-11, de norm is 52 in 2010. De vorstsom in De Bilt kwam uit op 141,5 (norm 195) met het Hellmanngetal van 34,1. Het laagste minimum was -8,5° (28 feb), Twente noteerde -9,6° op de 8e en 27e februari. Eindhoven kwam aan -10,1° op de 27e. Nieuw-Beerta op de 28e -10,2° en Woensdrecht kwam aan -10,5°.

2017: Vrij normaal: zowaar 5 ijsdagen, hoge luchtdruk en 3,7° (norm 3,4°)
Met 36 koudepunten was deze winter met de nieuwe rekenwijze weer eens ‘normaal’. De winter had 5 ijsdagen (Schiphol 6 en Twente 7) en had zowaar het normale aantal vorstdagen van 11 stuks onder -5°. Bijzonder was dat het op 29-12-2016 706 dagen geleden was dat er weer een ijsdag was, de dag daarvoor was 23 januari 2015. Het vorige record zonder ijsdagen was 683 dagen over de periode 11 maart 2013 tot 23 januari 2015. Beide genoemde records geldend voor o.a. De Bilt en Haarlem. De winter van 2017 was na 2 maanden heel droog, maar de laatste 10 dagen van februari waren erg nat (er viel meer dan 58 mm). Al met al was de winter nog redelijk droog.
December en februari waren zacht en januari was aan de koude kant. De Bilt was in februari 1,8 graad warmer dan normaal, Maastricht zelfs 2,7 graad warmer.
Er viel weer eens sneeuw op uitgebreidere schaal in de nacht van 6 op 7 januari, Nederland was op de ochtend van de 7e wit. Ook viel er sneeuw op de 13 en 14e januari die in o.a. in Oost-Nederland en Zuid-Limburg bleef liggen tot ongeveer 22 januari. Over de periode 18 tot 22 januari waren er 5 vorstdagen op rij met matige vorst, dat was apart bij maar 1 ijsdag. In februari werd het tijdelijk koud, het leverde 2 ijsdagen op en door een koude put viel er op de 11e plaatselijk sneeuw en op de 12 februari in een brede strook rondom de lijn Haarlem richting Winterswijk sneeuw. Er lag tot in totaal 12 cm sneeuw, maar op andere plaatsen lag vrijwel niets, zoals in het Noordoosten. December had de hoogste gemiddelde luchtdruk voor december met 1028,3 hPa. Vanaf 14 februari was het zacht. Op de 15e werd het zelfs 17,1° in Maastricht, wat een datum record was. Op 23 februari was er een kortstondige storm, vooral aan de kust, al waren er ook in het binnenland windstoten tot 100 km/uur.
De totalen:
Neerslag totaal: 153 mm tegen 203 normaal. Landelijk 142 tegen 208 mm normaal.
Zonuren: 204 tegen 198 normaal. Landelijk 230 tegen 196 uur normaal.
Aantal vorstdagen 37, voor de maanden dec/feb: 10-17-10, de norm 38 in 2010. Over de periode november/maart 52: 12-10-17-10-3, de norm is 52 in 2010.

2016: zeer zacht met 6,4°C op 2e plaats
2007 staat op 1 met 6,5°, metingen vanaf 1706
December werd uitzonderlijk zacht met 9,6°, dat is een temperatuur voor april! Het vroor nooit in deze maand, nergens in Nederland en dat kwam nog nooit voor.
Het koudegetal voor deze winter kwam uit op 9,6. Onder de 20 punten staat voor bijzonder zacht !
Er waren in de winter slechts 22 vorstdagen ( normaal 38), en in de periode november/maart 36 (1-0-9-13-13) , normaal is 52. De 1e weken van de maand maart was het ’s nachts kouder dan gemiddeld in de winter!
Het vroor nooit stevig, behalve dan in NO Groningen waar het van 18 t/m 21 januari 4 nachten streng vroor. Daar lag dan ook een laagje sneeuw tot 10 cm.
De zon scheen ongeveer 230 uur (top 12 zonnig), landelijk 250 uur. Er viel 240 mm wat aan de natte klant is, de norm 1981_2010 is 200. Landelijk was het 212 mm. De warmste Kerst ooit was met 14 en 14,9° zachter dan Pasen 13,3 en 12,9° en Pinksteren 12,1° en 13,6°.

IJzel (*):
Opvallend is verder dat het in Friesland en Groningen begin januari een paar dagen ijzelde, vooral op de 5e en 6e, en er op straat geschaatst kon worden, omdat daar koude vrieslucht uit Duitsland onder de warme lucht door kon schuiven. Ook in de week na 7 februari 1966, op 20-22 januari en op 13 februari 1979 ten noorden van de lijn Alkmaar – Meppel en op 2-3 maart 1987 kon er in Noord-Nederland op straat geschaatst worden. Rond 21 januari 1979 was dit in grotere delen van het land.
(*) De gegevens o.a. van ‘Meteo Tuitjenhorn’

2015: zacht 4,1°C
Het laagste Hellmann (koude) getal record van een kalenderjaar, dat van 1989 (met 1,9), is niet verbroken. Kalenderjaar 2014 is op 2,4 geëindigd. Het koudegetal voor deze winter kwam uit op 7,8. Onder de 20 punten staat voor bijzonder zacht ! Er waren in de winter 37 vorstdagen ( normaal 38) , en in de periode november/maart 47 (1-11-10-16-9) , normaal is 52, norm 2010. Dus dat is vrijwel normaal, maar het vroor nooit hard. Naast een leuk laagje sneeuw in Zuid-Nederland tot plaatselijk 15 cm (op 24 januari viel er landelijk sneeuw) viel er voor de schaatsers niets te beleven. Piet Paulusma “voorspelde” voor deze winter een schaatsperiode. Welke periode?
Tegenwoordig is -3,0°C al fris. In Vlissingen daalde het kwik na een vorstloze periode van 608 dagen tot onder het vriespunt. Tegenwoordig valt lichte vorst al bijna in de categorie bijzonder. Haarlem moest na 11 maart 2013 voor 683 dagen wachten op weer eens een ijsdag, dat was 23 januari 2015. Het werd de enige deze winter, tegen normaal 7 (‘norm 2010’). In mijn jeugd waren 12 ijsdagen heel normaal en straks mogen wij blij zijn met 5 bij ‘de norm 2020’.
2014: zeer zacht 6,0°
Het koude getal was 0, voor het eerst in de Bilt! In de Bilt waren er (nov/maart) maar 21 vorstdagen, de ‘2010 norm’ is 52, en februari had slechts 1 vorstdag! Het laagste minimum was slechts -3,1 graden, een record!
2013: fris 2,9°
Over de periode nov/maart had ze 68 vorstdagen, en is daarmee de laatste koudere winter.
2012: koude golf -18,9°, maar toch geen Elfstedentocht
Deze winter had in februari de tot nu toe laatste koudegolf met 3 nachten onder de -15°. De uitersten waren bijna -23 graden, gemeten in Lelystad en Marknesse op 4 februari.

Het aantal vorstdagen in de winter met matige vorst is 11 (norm 2010, voor de voorlopige norm 2020 staat ze op 9)
Winter 2019 had er 2, met 2 ijsdagen
Winter 2018 had er 4 (+ 2 in maart) met 1 ijsdag (+2 in maart)
Winter 2017 had er 11 (+2 in november) met 5 ijsdagen
Winter 2016 had er 4 (+1 in maart) met 0 ijsdagen
Winter 2015 had er 2 met 1 ijsdag
Winter 2014 had er 0 met 0 ijsdagen
Winter 2013 had er 13 (+5 in maart) met 12 ijsdagen (+1 in maart)
Winter 2012 had er 14 met 13 ijsdagen
Winter 2011 had er 17 (+1 in november) met 13 ijsdagen (+2 in november)
Winter 2010 had er 20 met 20 ijsdagen

2011: december 2010 sneeuwrijk en koud
De winter als geheel was niet al te bijzonder, maar december 2010 wel. Ze staat met -1,1° op plek 5 koudste december maanden. Twente eindigde op –2,7°. Er waren 12 ijsdagen en 29 vorstdagen in december. De Bilt kwam 1x aan strenge vorst, met -10,7°. Het Koudegetal voor de maand was 60,2.

De laatste witte kerst – December 19th 2010 – foto: Mark Wolvenne

Veel overlast door sneeuw op 17 en 24 december
De laatste 2 dagen van november viel en lag er al sneeuw, op de 28e vroor het 5,2 graden. Ook begin december viel en lag er sneeuw, maar de meeste sneeuw viel vanaf 17 december. Op 5 kilometer hoogte was het op 17 december -41°. Het gevolg was dat boven de Noordzee een ware optocht van deels clusterende zware sneeuwbuien ontstonden die zich in de late nacht over het westen van het land uitbreidden. Dat leverde plaatselijk meer dan 15 cm sneeuw op. In het westen en delen van het midden van het land gold tijdelijk een Weeralarm. Op de 19e viel er plaatselijk 10 cm bij. Op 24 december trok een depressie over oost en zuid Nederland. In Limburg viel 30 cm verse sneeuw! Verkeer was bijna onmogelijk. Alleen op 11 en 12 december was Nederland in december geheel sneeuw vrij. Op de meeste plaatsen lag er minimaal 18 dagen sneeuw, ook met de Kerst lag er sneeuw. Het is de laatste witte kerst tot nu toe, in De Bilt lag op 2e kerstdag nog 5 cm.

Erg koud in Ierland
In het plaatsje Castlederg werd -18,7° gemeten. Niet eerder was het in Ulster in december zo koud! Claremorris in County Mayo rapporteerde -13,7°.
In de Finse hoofdstad Helsinki zakte de temperatuur naar -24,4º. Teruggaand tot de 19e eeuw werd in de Zweedse gemeente Linköping -27,6° geregistreerd. Niet eerder werd het daar in december zo koud.

10-1-ierland-sneeuw-21-12-2010

Ierland in de sneeuw, 21-12-2010

2010: Sneeuwrijk en koud
Na 1996/1997 was dit de koudste winter. Wij moeten teruggaan naar 1979 om een winter aan te treffen met meer sneeuwdekdagen. 2010 had er 42, 1979 noteerde 60 sneeuwdekdagen. Het noordoosten van het land kwam tot 55 sneeuwdekdagen (‘norm 2010 in De Bilt is 13). De Bilt noteerde een gemiddelde temperatuur van 1,1°C (norm 3,3°C). Er waren 20 vorstdagen met matige vorst.
Op 17 en 18 december 2009 viel vooral in een strook van de kop van Noord-Holland naar Groningen in totaal 10 tot ruim 30 cm sneeuw. Op 20 december viel er 10 tot 20 cm in grote delen van het midden en zuiden van het land. In het noorden liep de dikte van het sneeuwdek op de 20e verder op naar lokaal ruim 40 cm.
Juist voor en tijdens de kerstdagen van 2009 begon het te regenen en smolt de sneeuw op veel plaatsen snel weg. Toch lag er op beide kerstdagen in De Bilt nog een gesloten sneeuwdek en was er dus sprake van een Witte Kerst, voor het eerst sinds 1981. Op 6 januari 2010 viel er een zware sneeuwbui tijdens de avondspits in de regio Haarlem-Amsterdam. Het gevolg was een urenlang aanhoudend verkeersinfarct. Op 9 en 10 januari was er in een deel van het land sprake van een sneeuwjacht. De talrijke sneeuwsituaties leverden grote overlast op voor het verkeer en openbaar vervoer.
In totaal werden in De Bilt 55 vorstdagen genoteerd tegen 38 normaal en waren er 20 ijsdagen (max. temperatuur <0,0°C) tegen normaal 7 in de winter. Op 4 dagen kwam het tot strenge vorst. De landelijk laagste temperatuur, -18,4 °C, werd gemeten op 19 december in Deelen op de Veluwe.

2007: warmste sinds 1706
De winter was met 6,5 °C de warmste in 300 jaar!
2005: Januari zacht
De eerste decade van januari was de warmste in 50 jaar. Vlissingen en De Kooy waren met 102 en 112 uur in januari de zonnigst in 100 jaar
2004: januari en februari zacht
De laatste 10 dagen van januari en eerste 10 van februari waren de warmste in 100 jaar.
1990: memorabele storm
De storm van 25 januari 1990 was memorabel. IJmuiden registreerde gedurende minstens een uur windkracht 11, een zeer zware storm met gemiddelde windsnelheden tussen 103 en 117 km/h. Ronduit uniek waren de windstoten van 150 km/h tot maximaal 161 km/h op een van de windmeters van Schiphol. De mensen onderschatten vaak zware windstoten. Dat ondervond ikzelf op de fiets. Ik schoot vooruit, met de wind gelukkig precies in de rug, maar met 40 km/uur moest ik zelfs bij remmen om niet ongecontroleerd te hard te gaan. Wandelen moest op straat, omdat het werkelijk dakpannen regende op de trottoirs in Amsterdam-Oost.
1979: memorabele winterinval 30-12-1978
Deze winter is de laatste echt koude winter voor Nederland. Bekend zijn de sneeuwjachten in Noord-Nederland. Er waren in deze winter 32 ijsdagen en 29 vorstdagen met matige vorst. 1979 noteerde zelfs 60 sneeuwdekdagen. Voor meer informatie: link naar Winter 1978-79
1963: koudste winter
In dit jaar zette de winter flink door en werd het openbare leven ontwricht. De winter van 1963 was de koudste van de eeuw: over drie maanden had De Bilt een gemiddelde temperatuur van -3,0°C (‘norm 2010’ +3,4°C en ‘norm 1980’ +2,4°C). De winter 1947 bezet de tweede plaats op de eeuwlijst met gemiddeld -2,4°C. In de meetreeks sinds 1706 vinden we één vergelijkbare winter, de winter van 1830 had dezelfde temperatuur als die van 1963. De winter van 1947 had 46 ijsdagen, 1963 had er 42. Het aantal vorstdagen met matige vorst was in 1947 48, in 1963 54. Vanaf de Kerst tot 5 maart was er een sneeuwdek, in totaal 71 dagen op rij.
De winter van 1963 kondigde zich al in november aan. Op de 16e november ging West-Europa gebukt onder sneeuwstormen en sneeuwval. De winter kwam echter pas op 19 december goed op gang. Hogedrukgebieden heersen. Op 23 december 1962 noteert De Bilt zelfs een luchtdruk van 1048 hPa. Op veel plaatsen vriest het bijna drie maanden achtereen, terwijl het noordoosten van het land al die tijd onder de sneeuw ligt.
Vanaf 22 december heeft De Bilt een serie van 13 ijsdagen. Door de kou is het IJsselmeer al vóór de Kerst dichtgevroren. Tijdens de jaarwisseling zijn er zware sneeuwstormen die in het hele land dorpen isoleren. De sneeuwduinen bereiken een hoogte van 3 meter. Een dooiaanval begin januari ontaardde in veel sneeuw en ijzel, maar de vorst gaf zich niet gewonnen. Halverwege januari viel er opnieuw veel sneeuw die door de wind ging stuiven.

Inmiddels liggen er ijsbergen in de Waddenzee en de Gouwzee staan auto’s geparkeerd. Op 18 januari, de dag van de Elfstedentocht, daalt de temperatuur in Joure tot -21°. ’s Middags is het minder koud, maar door de bij vlagen stormachtige wind maakt dat voor de schaatsers weinig uit. Slechts 1% van de deelnemers bereikt de finish. De dag daarop is het nog erger. In het noorden woedt dan een oosterstorm bij 10 tot 13 graden vorst, die stuifsneeuw veroorzaakt. Veel wegen zijn dan onbegaanbaar.
Januari 1963 wordt met een gemiddelde van -5,2° , na januari 1940 met -5,5°, de 1 na koudste januari maand van de eeuw. Het noorden van het land noteert januari 25 ijsdagen en in Eelde vriest het 17 nachten meer dan 10 graden.
Met -3,2° is ook februari zeer koud. De ene na de andere dooiaanval mislukt en medio februari zijn er opnieuw sneeuwjachten. Daarna volgen dagen waarop het ’s ochtends 10 tot 20 graden vriest. De koudste februari maand is overigens die van 1956, met -6,7°.

In Eelde kwam de temperatuur in februari op 11 nachten onder -10°, met -19,2° als minimum op de 25e. Die dag was er een auto toertocht over het IJsselmeer. In het noorden bleef het in februari tussen 20 à 26 dagen de hele dag vriezen. De eerste dagen van maart vroor het ’s nachts nog 10 tot 16 graden, maar op 5 maart kwam een einde aan de winter van de eeuw en eindigde deze met een vorstsom van 808, een nr. 1 plaats.

Bron KNMI – 1963; waarbij ikzelf de maandtemperaturen en aantal ijsdagen aangepast heb naar aanleiding van de herijking in 2016.
1956: Transportkou in februari – de aller koudste wintermaand
Boven Scandinavië bouwde zich een enorm hogedrukgebied op, terwijl de luchtdruk in het gebied van de Middellandse Zee laag was. Daardoor stak er boven West-Europa een storm op uit de richting oost tot noordoost. Hiermee werd extreem koude lucht onze kant opgeblazen. In de meteorologische wereld wordt zo’n snelle kou-inval met veel wind transportkou genoemd.
Het oosten van ons land ging op 30 januari 1956 gebukt onder sneeuwstormen, terwijl de temperatuur daalde. De laatste dag van de maand januari eindigde in het hele land met strenge vorst. Dit vormde de inleiding tot een van de koudste dagen van de twintigste eeuw.

Koudegolf
Op veel plaatsen bleef het op 1 februari meer dan 10 graden vriezen. In De Bilt kwam het kwik niet hoger dan -11,2 ℃, het dieptepunt voor februari. Alleen op 26 januari 1942 (-11,4 ℃) bleef het overdag nog iets kouder. Een week later begon één van de ergste koudegolven die ons land ooit heeft getroffen.
Op een aantal plaatsen vroor het 17 dagen achtereen meer dan 10 graden. In De Bilt waren dat 13 dagen over de periode 14 t/m 26 februari, waarbij het op 8 dagen in die periode kouder werd dan -15 ℃. In totaal over de maand waren dit 10 dagen! Op de 16e was het etmaal gemiddelde record laag voor De Bilt, namelijk -14,9℃, zie ook plaatje. Bovendien viel er op veel plaatsen in totaal 20 tot 25 centimeter sneeuw. Op Terschelling lag 55 centimeter.

Record koude periode in 1956
De periode 14 tot 25 februari 1956 was met een gemiddelde temperatuur van -10,2 ℃ in De Bilt de op een na ergste koudegolf van de twintigste eeuw. Gemeten over 10 dagen (16e t/m de 25e) was dit -10,5 graden. Alleen de koudegolf van 16 tot 27 januari 1942 was met gemiddeld -10,9 ℃ nog kouder (gerekend over 10 dagen was het toen -11,4 graden).
Op 16 februari 1956 noteerde Uithuizermeeden -26,8°. Dit is het record voor februari en de op één na de laagste temperatuur van de twintigste eeuw. Op 27 januari 1942 boekte Winterswijk met -27,4° het landelijk record.
De balans van de hele maand was heel bijzonder. In De Bilt kwam de gemiddelde temperatuur uit op -6,7° (tegen +3,3° normaal). Daarmee was dit veruit de koudste maand van de 20e en 21e eeuw en ook de koudste februari sinds het begin van de metingen in 1706. Hoe koud februari 1956 was is goed af te lezen van de onderstaande grafiek. Al is de daling van temperatuur niet zo spectaculair als die van de befaamde winter inval op 30 december 1978, deze op 31 januari 1956 mocht er ook zijn.

Winterdoden 1956
Het aantal winterdoden was op 22 februari gestegen tot 795 waarvan 186 in Frankrijk. De veerboot naar Ameland ligt dan al 23 dagen stil en de Afsluitdijk is door de stuifsneeuw bijna onbegaanbaar.

De Bilt per dag in record koude maand – februari 1956



1942: koud met veel sneeuw
In deze winter met veel sneeuw werd de laagste temperatuur in Nederland gemeten, sinds de moderne tijd (-27,4°). Voor meer informatie lees: 1942
1963: Bron KNMI, waarbij ikzelf de maandtemperaturen en aantal ijsdagen aangepast heb naar aanleiding van de herijking in 2016.