3 augustus 2021 – 21 uur  

Het weer in Nederland in 2021

2021 zal vergeleken worden met de norm van 2010 én de nieuwe 30 jarige norm van 2020, die ook al vermeld staan in het jaaroverzicht 2020.
Voor de landelijke neerslagnormen en zonuren houd ik veelal de 5 hoofdstations aan.  
Naar Weeroverzicht 2020

2021 voorlopig iets frisser dan normaal door koude april en mei – wel aan zonnige kant – juni zonnig en record warm- juli watersnood
– Buiten een vorstperiode (er was weer eens een ijsdag na ruim 2 jaar) waren de wintermaanden aan de zachte kant en was februari droog en erg zonnig. April was erg fris, behorende tot de 15 koudste aprilmaanden, met 8 vorstdagen (norm 4). April was ruim 3 graden kouder dan de ‘normaal van 2020’. Mei was nat, op 24 van de 31 dagen viel er regen, en was het opnieuw koel waarbij de zon niet veel scheen. Juni tapt uit een heel ander vaatje met warm weer, de eerste 4 dagen waren al zomers en werd ze een zeer warme maand. Tot aan 18 juni gemeten was 2021 de zonnigste juni maand, de zon scheen tot 17 juni al meer dan 200 uur. De neerslag hoeveelheden schommelden flink in juni. Juli werd minder zonnig dan juni, na de 1e decade stond ze pas op 47 uur, al scheen ze vanaf 17 juli een week volop.  

Weerrecords in De Bilt van 2021 
Record: de langste periode zonder ijsdag. Op 24 januari 2021 was het 2 jaar geleden (731 dagen) dat er een ijsdag was, de laatste dag was 24-1-2019. Het record is nu 745 dagen, want 7 februari 2021 was een ijsdag. Het oude record dateert uit 2016, toen duurde de ijsdag vrije periode 706 dagen, van 23-1-2015 tot 29-12-2016.
Record: Warmste maand juni met 18,23° (vanaf de officiële metingen vanaf 1901), met ‘maar’ 1 tropische dag. Het oude record dateert uit 2019 met 18,13° en 4 tropische dagen. Daarvoor waren dat 2017 en 1976. Juni 1976 had 6 tropische dagen. Gemeten vanaf 1706 kwam juni 2021 op plaats 5, 1858 en 1889 kwamen aan 18,8°.

2021 t/m juli

 

Maanden in 2021:
Januari: somber en iets aan de natte kant. Februari: ondanks vorstperiode zacht, zonnig en droog. Maart was droog. April was vrij droog (als je 29 april niet mee rekent, zie april) en zeker zonnig, maar ze was vooral koud (top 15 koudste) en 3,2 graden kouder dan normaal. April noteerde geen warme dagen. Mei werd aan de zeer koele kant, ruim 2 graden kouder dan normaal, en waarbij de zon niet teveel scheen. Juni werd aan de (zeer) warme kant, zelfs record warm. Juli was veel minder zonnig dan juni en ze had slechts 4 zomerse dagen. Augustus startte koel en ook niet erg zonnig.

De grafiek ‘temperatuur voortschrijdend’ over 30 dagen’

De Bilt 2021 tot 16 juli met afwijking van de temperatuur t.o.v. ‘de norm van 2020’ – Site van KNMIs berekening

 

De Bilt in 2021 t.o.v. de Norm van 2020
De stand over de periode 1-1 t/m 31-7-2021 ; waarbij voor het actuele jaar de verwachting voor de actuele maand wordt meegenomen.

2021 – stand na 31 juli   mm Temp °C Zonuren Norm zon – 30 jaar
Norm 2020 448 10,30 1123  1715
Huidig jaar 2021 466 9,79 1151 voorlopige indicatie 1730

– Warme dagen in 2021: 56 na 3 augustus, (de 30 jarige norm van ‘2010 en 2020 is 85 om 93 over het jaar).
– Het aantal zomerse dagen over het jaar staat tot vandaag op 16, de normaal van 2010 om 2020 is 26 om 28 per jaar.
– Het aantal tropische dagen in De Bilt tot nu toe: 1.

– Warmtegetal: 50,1 na vandaag (de norm van ‘2010 om 2020’ is 87 om 100).
– Koudegetal: 36,3; momenteel plaats 72 over 121 jaar.

– Het aantal vorstdagen voor het jaar 2021 staat op 39 (de norm van 2010 om 2020 is 58 om 52 over een kalenderjaar).
– Het aantal ijsdagen staat op 7 (de norm van 2010 om 2020 is 8 om 6). Het koudegetal staat tot op heden op 36,3 (de 2010/2020 norm is 59/44).

De Weersverwachting: Weersverwachting 

De Winter van 2021 – zacht, met koud dipje in februari
In november vroor het in De Bilt voor het eerst op 29 november. In de namiddag daalde de temperatuur snel naar -1,5°. Later in de avond was het daar -3,6° en in Twente en Hupsel -5,4° om -5,5°. In de ochtend van de 29e kwam het voor het eerst tot vorst in het land in het oosten en noordoosten, Eelde noteerde -2,9°. In de nacht naar de 30e werd het -4,2° in De Bilt en -6,2 en -6,7 in Hupsel / Twente. Begin december vroor het ’s nachts geregeld, vooral in het midden en zuiden van het land, er was geregeld mist.
Hupsel (Achterhoek) noteerde als 1e KNMI station op de 10e de eerste ijsdag van deze winter, het maximum was -0,2°. Het etmaal gemiddelde lag deze dag in het zuidoostelijke deel van het land (m.u.v. Zuid-Limburg) iets onder nul. Vanaf de 12e werd het zacht en wisselvallig weer. Vanaf en zeker na de Kerst van 2020 werd het frisser.
Na december stond 2021 op de 13e plaats ‘warmste” winters, het werd uiteindelijk plaats 19. Tot december gemeten is de winter ook redelijk nat en vrij somber. Januari startte ook vrij somber, maar werd een stuk frisser dan december. Sneeuw viel ook in januari, vooral in Zuid-Limburg. Op de 16e viel er weer eens na lange tijd landelijk sneeuw, maar de hoeveelheden waren niet groot, zie de maand januari. Op 25 januari werd het -6,7° in Eelde en op 31 januari -8,6°, het laagste minimum van deze winter. Maar toen kwam februari. Sneeuw van betekenis viel landelijk op 7 februari, al waren er best grote verschillen. Daarna vroor het stevig met de laagste temperaturen van deze winter. Hupsel noteerde -16,2° op 8 februari en op 12 februari werd het -10,9° in De Bilt. De dooi zetten in op de 14e, waarna het zacht werd. Zo zacht, dat januari ‘kouder’ was dan februari.   

De winter van 2021 in een grafiek, met de dagrecords


Gegevens over de winter 2021
De zon scheen 221,7 uur. De norm van 2010 om 2020: 198 om 211 uur.
De somberste winter is die van 1979 met 108 uur. Landelijk scheen deze gemiddeld 232 uur tegenover de norm van 2010 en 2020: 197 / 218 uur.
In De Bilt viel 238 mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 208 om 216 mm. Gemiddeld over het land viel in de winter 223 mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 191 om 197 mm.
De temperatuur: 4,39° tegenover de norm van 2010 om 2020: 3,4° om 3,9°. Dat is een top 40 (top 20) plaats, gemeten vanaf 1701 (1902).
Het laagste minimum voor de winter was -10,9° op 12 februari, -9,5° op 11 februari, -7,6° op 8 februari en -5,4° op 31 januari 2021. Op 8 februari noteerde Hupsel -16,2°.
Vorstdagen: 32. De 30 jarige norm van 2000 om 2010 is 38 om 38 vorstdagen. De normaal van 2020: 35 dagen.
Aantal dagen met matige- en strenge vorst: 9 om 2.
IJsdagen: 7. Hupsel (Achterhoek) van de KNMI stations noteerde als eerste een ijsdag op de 10e december, het maximum was -0,2°. Op 1 februari werd een ijsdag genoteerd in Noordoost-Nederland, Nieuw Beerta noteerde -0,5°.
De 30 jarige norm van 1990: 10,1, die van 2000: 8,2, die van 2010: 7,2 en die 2020: 5,9 dagen.

Grafiek van de winter van 2021 vergeleken met de 30 jarige dag normen van 2010 en die van 2020

Bron KNMI / Weergegevens.nl & zelf verwerkte gegevens.

Voor de uitleg van het koudegetal, de vraagtekens bij de schaalverdeling van het koudegetal en het overzicht van de winters, zie: Overzichten Winter

Vorst in de Winter
Het aantal vorstdagen in de winter van 2021 was 32: verdeeld over de maanden 9-11-12. De norm van 2010 om 2020 is 38 om 35. 
Over nov/maart waren dat 42 dagen: 2-9-11-12-8, ‘de norm 2010/2020’ is 52 om 48.
Het aantal ijsdagen: 7. De norm ‘2010 om 2020’ : 8,2 om 6,4 per jaar.
De Bilt – aantal vorstdagen per maand anno ‘de norm 2010’ is: oktober 2, november 5, december 13, januari 13, februari 13, maart 8 en april 4.
De Bilt – aantal vorstdagen per maand anno ‘de norm 2020’ is: oktober 1, november 5, december 11, januari 12, februari 12, maart 8 en april 4.

Het koudegetal en de vorstsom nov/maart 
Het koudegetal (nov/maart) in De Bilt was 36,3. De norm 2010 om 2020 is 57 om 44.
Koudegetal in Eelde, Twenthe, Hupsel en Nieuw Beerta :41,5 om 49,8 om 53,6 om 42,0.
De vorstsom: 144,1 (de 30 jarige norm van 2010 om 2020′ is 195 om 164).

December 2020 somber, nat en zacht 
Wisselvallige en vrij frisse start met niet teveel zon. Op 5 december vroor het 3 graden in De Bilt, alleen het KNMI station Ell kwam aan een lager minimum van -3,7°.
Over de eerste 11 dagen vroor het 7 dagen licht in de nacht. Hupsel (Achterhoek) noteerde op de 10e de eerste ijsdag van deze winter, het maximum was -0,2°. Vanaf de 12e werd het zacht en wisselvallig weer. Op de 21 regende het over lange tijd, in De Bilt viel meer dan 20 mm. Ook op de 23e viel er veel regen, tot ongeveer 30 mm in het noorden van het land. Tijdens en zeker na de K
erst werd het kouder, in de late avond van 1e Kerstdag vroor het kortstondig licht.
Zeer wisselvallig was het op 27 december met af en toe perioden met regen. Een omvangrijk laag (Bella), met in de bovenlucht erg koude lucht, zakte vanuit Groenland af naar West-Europa. De luchtdruk daalde van 1016 hPa op de 26e naar 975 hPa op de 27e in De bilt (Vlieland kwam (voorlopig) aan 973 hPa). Het waaide dan ook stevig, tot windkracht 9 langs de kust met windstoten tot ongeveer 100 km/uur, met pieken tot 117 km/uur. In de ochtend van 29e viel en lag er tijdelijk in delen van Groningen 1 à 2 cm sneeuw.

De gegevens van de maand december 2020
Temperatuur: 5,52° tegenover de norm van 2010 en 2020: 3,7° om 4,23°.
Neerslag: 106,9 mm,  tegenover de norm van 2010 en 2020: 76 om 83,8 mm.
Het gemiddelde over het land was 94 mm. Het langjarig gemiddelde van 2010 om 2020: 72 om 77 mm (over de 5 hoofdstations).
De zonneschijn bedraagt in De Bilt 42,4 uur, tegenover de norm van 2010 en 2020: 49 / 55,5 uur.
De zon scheen deze maand gemiddeld over het land circa — uur, met een langjarig gemiddelde van 49 om 58 uur.
Vorstdagen: 9. De 30 jarige norm van 2000 om 2010 is 11,8 om 13,0 (*) vorstdagen. De normaal van 2020 is 11,2 dagen.
Het koudegetal voor december was 0. De 30 jarige norm van 2010 om 2020 : 15 om 11,8.
IJsdagen: 0. De 30 jarige norm van 2000 om 2010 is 1,9 om 2,4 (*) ijsdagen. De normaal van 2020 staat op 1,8 dagen.
(*) In december 2010 waren er 29 vorstdagen en 12 ijsdagen. Dit was dan ook de laatste maand waarbij het etmaalgemiddelde lager was dan 0 graden, namelijk -1,1°. Zie ook de grafiek op de pagina Overzicht Winters

KNMI: cijfers over december 2020

Januari 2021: de temperatuur schommelde sterk, 2x sneeuw in Zuid-Limburg, later ook in NO-Nederland
Het jaar begon met rustig weer met op de eerste 2 dagen af en toe zon en met minima /maxima meest tussen -2 en +5°. Het laagste minimum in de winter is -4,5° op 9 januari 2021. De eerste decade was vrij somber, de zon scheen op veel dagen amper tot niet. De Bilt noteerde 6 zonloze dagen op rij vanaf 2 januari. Het was fris, maar zeker niet koud, al werd er in de media en tijdens journaals soms gesproken over vrij koud winterweer en kwakkelweer. Met af en toe een halve graad vorst in de nacht en geen sneeuw kun je toch echt niet spreken over vrij koud winterweer, al was het overdags veelal maar 3 graden. In Midden- en Oost-Europa was ook nauwelijks sprake van vorst, in Berlijn vroor het ’s nachts ook maar hooguit 1 graadje. Op 7 januari viel er een beetje sneeuw in het oosten en zuidoosten van het land waarbij het op de hoger gelegen een beetje wit werd. Na de 8e lag er in de heuvels van Zuid-Limburg 3 tot plaatselijk 10 cm sneeuw (boven de 280 mm 15 cm aldus het KNMI), de foto is nabij Vijlen, waar de volgende dag nog van genoten kon worden. Op de 9e was het in de ochtend plaatselijk glad door ijzel, omdat er enkele buitjes overtrokken bij temperaturen onder nul. Het etmaal gemiddelde lag deze dag op veel plaatsen, vooral in het midden en zuiden van het land, voor het eerst deze winter onder nul.
In Spanje (Madrid op 600 meter) viel veel sneeuw in die dagen, hoeveelheden van boven de 30 cm waren geen uitzondering, waarbij het ’s nachts tot ongeveer 10 graden vroor. Zoveel sneeuw valt er eens in de 50 jaar, als de plaatselijke meteoroloog.

De dagen daarna was het even droog en scheen de zon zelfs, ’s nachts vroor het licht tot -5 graden, het werd vanaf 11 januari tijdelijk iets zachter, want vanaf de 13e werd het weer kouder. De temperatuur schommelde de 2e week van januari, na enkele zachte dagen volgden van 14 tot 17 januari enkele frisse dagen.
Sneeuwval op de 16e: de grastemperatuur was op de meeste plaatsen hoger dan de temperatuur op 1,5 meter hoogte toen de sneeuw viel. Dat kwam omdat er in de nacht voorafgaand aan de sneeuwval er geen vorst was. De sneeuw lag wel al op de bomen en daken terwijl de aarde dan nog onbedekt was. Daarom lag er ook niet viel sneeuw, meestal net met moeite een centimeter, terwijl er wel enkele centimeters sneeuw viel. De (droge) sneeuw had een vrij lage temperatuur, want de temperatuur daalde abrupt, in ongeveer een uurtje van ongeveer 1,8° naar gemiddeld -0,8° (*), terwijl het niet eens flink sneeuwde. De ochtend daarna was het alweer een stuk zachter en was de sneeuw weg, al zou het die dag aan de oostgrens van Groningen nog glad zijn, mede door mogelijk sneeuwval en nog vrij lage temperaturen van net boven 0°.
(*) Behalve in Vlissingen, daar vroor het net niet met 0,0°, waardoor de laatste vorstdag aldaar nog steeds op 1 februari 2019 staat. Maar op 31-1-2021 vroor het weer eens in Vlissingen, welke 730 dagen geleden was dat Vlissingen een vorstdag noteerde.
Eindelijk vroor het deze dagen stevig in Scandinavië en Oost-Europa (Polen -15° op de 16e), maar deze kou kwam niet onze kant op. Op de 14e vroor het ’s ochtends, tot -5,3° in Twenthe, De Bilt kwam die dag slechts aan -0,7°. Na enkele zachte dagen, het werd rond 12° en het waaide tijdelijk stevig op de 21e waarbij IJmuiden een windstoot van 127 km/uur noteerde, was het frisser van 23 t/m 26 januari, waarbij er af en toe plaatselijk sneeuw viel. In de nacht naar de 24e trok een kleine storing over België en Zuid-Nederland die daar sneeuw bracht. Er viel/lag enkele centimeters, maar op de Vaalserberg lag in de ochtend  meer dan 10 cm. De temperatuur was overdags wel boven nul, dus was de sneeuw van korte duur. Het leverde wel mooie plaatjes op. Enkele dagen later werd het weer zachter. Zoals verwacht in november was januari uiteindelijk toch vrij zacht. Het is aan februari om de winter toch nog van zich te laten spreken, want het bleef aanrommelen eind januari. Zo viel er sneeuw op de 28e en op de 29e in het uiterste noordoosten van het land met temperaturen net boven nul, terwijl het tussen 10 tot 12° werd in Zuid-Nederland. Zo was het om 10 uur op de 29e ruim 8 graden in Lelystad waarbij het regende terwijl het 1° was in Nieuw-Beerta met sneeuwval. Om 15 uur was het in Eelde dan toch ruim 7 graden (in De Bilt ruim 9°) terwijl het in Nieuw-Beerta (50 km verderop) nog steeds maar 1,6° was. In de namiddag daalde de temperatuur snel in Noord-Nederland, in Eelde 3 graden in 10 minuten. Het etmaalgemiddelde verschilde op de 29e 9 graden tussen Noordoost-Nederland en Zeeuws-Vlaanderen (0,5 om 9,5°). In de nacht naar de 31e vroor het stevig, grofweg ten oosten van de lijn Texel Nijmegen vroor het matig. De Bilt noteerde sinds 2 jaar terug weer eens matige vorst (-5,4°) en Leeuwarden en Eelde noteerden -8,0° om -8,6°. Deze dag was over het etmaal (voorlopig) de koudste dag van deze winter, al was deze dag geen ijsdag. ’s Avonds laat volgde lichte sneeuwval en ijzel in het zuiden van het land.        

De gegevens van de maand januari 
Temperatuur: 3,38°, tegenover de norm van 2010 en 2020: 3,1° om 3,6°.
Neerslag: 87,8 mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 69,6 om 70,8 mm, landelijk viel 84 mm om 68 normaal.
Over de hoofdstations viel ongeveer 92 mm tegenover 67 om 66 mm normaal.
Zonneschijn: 52,2 uur, tegenover de norm van 2010 en 2020: 62,3 / 66,6 uur. Landelijk 58 uur tegenover 62 om 68 uur normaal.
Vorstdagen: 11. De 30 jarige norm van 2000 om 2010: 13,0 om 12,8 vorstdagen. De normaal van 2020: 12 dagen.
Het koudegetal voor januari: 2,1. De 30 jarige norm 2010 om 2020: 23,5 om 16,6.
IJsdagen: 0. De 30 jarige norm van 2000 om 2010 is 3,9 om 3,3 ijsdagen. De normaal van 2020: 2,6 dagen.
KNMI: cijfers over januari

Februari 2021 – met vorstperiode toch niet de koudste maand van deze winter, zonnig met 6 dagen boven de 15° 
Februari zou een koude maand worden, maar werd niet echt koud. De eerste startte met ijzel in het midden van het land. In grote delen van Groningen en in Drenthe bleef het de gehele dag vriezen, Nieuw-Beerta noteerde een maximum van -0,5°, net een ijsdag. In Maastricht werd het 5°. Op 2 februari zou het verschil meer dan 10° worden en dat was zo. Om 20.00 uur was het -0° in Delfzijl, terwijl het nog meer dan 10 graden was in zuidelijk Zeeland en Brabant. Lelystad meldde op dat moment 3,4° en in De Bilt was het 9,4°. De dagen daarna was het zacht (*), terwijl de koude in Scandinavië op de loer lag. Het was ook nat op de 3e februari in het midden en zuiden van het land, er viel veelal tussen 10 en 15 mm. (*) Op de avond van de 3e was het toch weer fris in het uiterste noorden, met een oosten wind noteerde Lauwersoog 2,5° terwijl het in Eelde ruim 7° was. Maar ook de dagen daarna waren de temperatuur verschillen groot. In het uiterste noorden was het gemiddeld slechts 2 graden met een oosten wind terwijl het in het zuiden van het land rond 11° was. Het was een stilte voor de storm…
‘Sneeuwstorm Darcy (alleen in het noordelijk kustgebied, alleen viel daar weinig sneeuw)’ deed Nederland aan in de nacht naar 7 februari. In de ochtend van de 7e lag en meest tussen 5 en 15 cm sneeuw (o.a. in de Achterhoek), terwijl het die dag nog (licht) sneeuwde. Door de stevige wind, in het noorden van het land kwam het tot kracht 8 (de status dat je mag spreken van een sneeuwstorm). De sneeuwhoogtes waren lastig te meten, maar na de 8e lag er plaatselijk op de Veluwe en in de Achterhoek meer dan 25 cm. Er viel op sommige plaatsen beduidend minder sneeuw dan verwacht, dus erg veel last van sneeuwduinen was er niet, al lagen de treinen er wel uit. Vergelijk deze sneeuwval overigens niet met 1979, toen was het veel erger in noordelijk Nederland.
In Midden-Nederland bleef het met windkracht 6 tot 7 bij een sneeuwjacht. Het is de derde winter met een sneeuwjacht in de 21e eeuw. De vorige waren op 9 en 10 januari 2010 en op 14, 15, en 20 januari 2013. Ter vergelijking, de 20e eeuw telde tenminste 22 sneeuwstormen en nog veel meer sneeuwjachten. De sneeuwstorm van ’79 was de laatste en een van de zwaarste. Berucht waren ook die van 1937, 1942, 1945, 1947, 1958 en 1963.

De temperatuur daalde op de 7e verder, om 10 uur was het op veel plaatsen in het oosten van het land rond de -5°. In de vroege ochtend van de 8e was het koud in het oosten van het land: Hupsel noteerde -16,2° (waar op de 9e nog meer dan 20 cm sneeuw lag) en De Bilt -7,6°, terwijl het in Friesland op dat moment maar net aan 2 graden vroor. De oorzaak ligt verderop. Zo is de Oostzee zeker 3 graden warmer dan normaal, maar eigenlijk is het verschil nog groter: geen ijs is ook geen sneeuw dat op het ijs ligt dus werkt de Oostzee als een soort van ‘kachel’ is voor ons bij een noordoosten wind. Het laat zich raden waarom het in Friesland en Groningen dan niet zo koud werd. In de nacht/ochtend van de 10e was het vroor het alleen <10° in Limburg en in het oostelijkste deel van Brabant en de Achterhoek. Op de 11e vroor het ‘eindelijk’ bijna overal streng, Terschelling kwam aan -12°. De Bilt was een uitzondering, het werd daar -9,5°. Op de 12e vroor het voor het eerst streng in De Bilt met -10,9°. Op de 14e kwam er een eind aan de vorstperiode, in Limburg was het ’s middags al 7 graden, in het noorden van het land toen nog rond 1 graad. De vorstperiode duurde 8 dagen (7e t/m 14e) en er waren 9 sneeuwdekdagen.


Na de koude periode werd het erg zacht in de 3e decade van de maand waardoor januari dan toch frisser zal zijn dan februari, ondanks de vorstperiode.
Voor het eerst 6 dagen op rij in februari een temperatuur van boven de 15°. De periode was van 20 t/m 25 februari. Op 21 februari werd het eerste dagrecord gezet voor dit jaar, ‘bijna natuurlijk’ is het een warmterecord, het werd 16,9° in De Bilt en ruim 18 graden in delen van Brabant en Limburg. Ook de 22e, 23e en 24e was een datum warmterecord, dat zijn er 4 op rij. Februari had van 22 t/m 25 februari ook 4 etmaal records en nog 1 minimum record.

De gegevens van de maand februari
De temperatuur: 4,26°, tegenover de norm van 2010 en 2020: 3,3° / 3,9°.
Neerslag: 43,3 mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 56,1 / 63,1 mm, landelijk 44 mm tegenover 52 om 55 mm normaal.
Zonneschijn 127,1 uur, tegenover de norm van 2010 en 2020: 86,4 / 89,6 uur, landelijk 125 uur tegenover 82 om 91 uur normaal.
Vorstdagen: 12. De 30 jarige norm van 2000 om 2010 is 13,2 om 12,8 vorstdagen. De normaal van 2020: 11,6 dagen.
Aantal dagen met matige- en strenge vorst: 8 om 2.
De Bilt noteerde -10,9° als laagste temperatuur in de vorstperiode die nu 8 dagen duurt. Er was geen sprake van een koudegolf. Dan moet het minimaal 3x streng vriezen (wat nu net niet gebeurde) en waarbij de dagtemperatuur minimaal 5 dagen op rij geheel niet boven nul mag komen. Dat lukte nog net met 7 dagen op rij, want op 11 februari werd het toch nog -0,1° en dat is net een ijsdag.
Het koudegetal voor februari: 34,2. De 30 jarige norm van 2010 om 2020: 11,8 om 15,9.
IJsdagen: 7 op rij. De 30 jarige norm van 2000 om 2010 is 2,3 om 1,9 ijsdagen. De normaal van 2020: 1,5 dagen.
KNMI: cijfers over februari

De Lente van 2021
Meest iets aan droge kant na storm, en zeker fris:  april koud, mei zeer koel en aan natte kant 
Op 11 maart stormde het, daarna werd het over het algemeen rustig weer en was maart iets aan de droge en frisse kant, al waren de laatste 3 dagen van maart erg zacht met temperaturen boven de 20°. April begon fris met op 5, 6 en 7 april sneeuwbuien, waarbij er in Zuidoost-Nederland in de vroege morgen van de 7e er 5 tot 7 cm sneeuw lag. Daarna volgden in de 2e decade 7 nachten met vorst. Mei startte ook fris maar na een ‘warme uitschieter’ op 9 mei was de echte koude voorbij, al werd mei ook aan de koele kant. De maximum temperatuur komt waarschijnlijk uit op ruim 3 graden onder normaal.  De lente van 2021 was fris, maar 2013 was deze eeuw nog frisser, maar dat kwam door maart 2013 met slechts 2,5°.
Periode april / mei: als je kijkt naar de periode april + mei dan zijn momenteel alleen 1902 en 1941 gemiddeld kouder geweest (8,2 om 8,9°). Normaal over deze 2 maanden is het gemiddelde 11,65°, 2021 zal ongeveer op 9° eindigen. Als je kijkt naar het gemiddeld maximum is het verschil nog groter: ongeveer 13,4° tegenover normaal 16,6°.  Alleen 1962 en 1941 hadden een lager gemiddeld maximum (12,8°).

Hieronder de grafiek van de lente, als deze voorbij is.

Grafiek Lente 2021, waarden t.o.v. de normaal.

De gegevens van de Lente
Temperatuur: 8,1° (tegenover de norm van 2010 en 2020: 9,5° om 9,92°.
Zonneschijn in De Bilt: ongeveer 534,7 uur, tegenover de norm van 2010 en 2020: 502 om 546,1 uur. Landelijk gemiddeld scheen de zon rond — uur, tegenover normaal 502 om 570 uur.
Er viel in totaal 183,5 mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 173 mm om 158,7 mm. Landelijk (hoofdstations) viel 164,6 mm, tegenover normaal 156 om 142 mm.
Warme dagen: 5. De norm van 1980: 8,8, die van 1990: 9,5, die van 2000: 11,2, die van 2010: 13,5 en die van 2020: 15,5. Alleen 1983, 1957 en 1941 hadden minder warme dagen (1 om 1 om 2) in de lente.
Zomerse dagen: 0. De normaal van 2010: 3,8, die van 2020: 4,3.
Warmtegetal: 0,5. De norm van 2020 is 7,7.
Vorstdagen
: 16. De 30 jarige norm van 2000 om 2010 is 13,5 om 12,4 vorstdagen. De normaal van 2020: 12,2 dagen.
IJsdagen: 0. De 30 jarige norm van 2000 om 2010: 0,23 om 0,13 ijsdagen. De normaal van 2020: 0,17 dagen.
Zie ook: Lente Overzicht

Maart 2021 : zonnige start en droog, op het eind opnieuw zonnig – de eerste storm van het jaar 
Op 2 maart scheen de zon 10 uur en werd het 14,5°, de op 1 na hoogste waarde voor deze dag. Het was de eerste 3 dagen dan ook vrij zacht, al was dat vooral op de Wadden niet het geval. Daar was het vaak maar 5° vanwege mist en het koude zeewater waar ook soms nog ijs lag van de vorstperiode. Vooral op de 3e waren de temperatuurverschillen groot met bijna 17° in het zuidoosten van het land terwijl het slechts 3,5° was op Vlieland. Op 4 t/m 7 maart was het overal vrij fris met nachtvorst. Op 6 maart werd het -5,4° in De Bilt. Vanaf 10 maart werd het wisselvallig met af en toe veel wind, vooral op de 11e. Er waren die dag in de ochtend van de 11e zeer zware windstoten in de kustprovincies tot aan 124 km/uur (Houtribdijk), in het binnenland tot ongeveer 90 km/uur ( De Bilt 100 km/uur), de windkracht was gemiddeld kracht 9 in de kustprovincies. Ook de dagen daarna was het wisselvallig en waaide het af en toe stevig, zoals op de 13e waarbij over het land windstoten waren tot ongeveer 100 km/uur. Vanaf 18 maart tot eind maart was een (vrij) droge periode waarbij het eerst tot nachtvorst kwam, maar waarbij de temperatuur daarna opliep naar waarden boven normaal. Op 29, 30 en 31 maart was het zonnig en warm met temperaturen rond of zelfs boven 20°. Op de 30e/31e was het 21,3°/23,8°. Arcen kwam aan 26,1°, welke een maandrecord is voor Nederland.   

De gegevens van de maand maart
Temperatuur: 6,39° tegenover de norm van 2010 en 2020: 6,2° om 6,5°.
Neerslag: 34 mm tegenover de norm van 2010 en 2020: 66,8 mm om 57,8 mm. Landelijk viel ongeveer  44 mm, tegenover normaal 59 om 51 mm.
Zonneschijn: 140,9 uur tegenover de norm van 2010 en 2020: 121,6 uur om 139,4 uur. Landelijk gemiddeld scheen de zon rond 158 uur, tegenover normaal 121 om 146 uur.
Warme dagen: 2
. Er waren 7 dagen met meer dan 10 uur zon, de normaal is 3,8 voor maart.
Vorstdagen: 8. De 30 jarige norm van 2000 om 2010 is 8,7 om 8,4 vorstdagen. De normaal van 2020: 8,4 dagen.
IJsdagen: 0. De 30 jarige norm van 2000 om 2010 is 0,23 om 0,13 ijsdagen. De normaal van 2020: 0,17 dagen (reden 2005, koud voorjaar 2013 en 2018).
Luchtdruk gemiddelde: 1021,1 hPa om normaal 1015,8 hPa.
KNMI: cijfers over maart

April 2021: met sneeuw en koud, bijna net zo “koud” als maart, met plens water op de 29e
Op 1 april was het aardig weer, in Limburg was het om 13 uur nog 20° terwijl het in noordelijk Nederland met 9° al fris was. April begon dan ook fris met maxima rond de 10°, met een extra dip richting 5° met vanaf 2e Paasdag sneeuwbuien. Het werd plaatselijk wit op 2e paasdag, doordat de temperatuur flink daalde tot net boven nul tijdens sneeuwbuien. Het waaide flink aan de kust, vooral op de Wadden, waar op Texel, Vlieland en Terschelling windstoten voorkwamen tot bijna 100 km/uur. Ook op de 6e en 7e was het plaatselijk wit, op de 6e ook door hagelbuien. In de ochtend van de 7e lag er zelfs 20 cm op de Vaalserberg, in oostelijk Brabant en de rest van Limburg 5 tot 7 cm. Zoveel sneeuw lag er op 1 dag in deze eeuw nog niet in april. De landelijk meest sneeuwrijke dag is 11 april 1978. Op de 12e vielen ook nog enkele winterse buien. Na de dagen met sneeuwval volgden frisse nachten, zo werd het op de 12e in Deelen -4°. Ook in De Bilt vroor het op de 11e, 12e, 13e, 14e, 16e, 17e en 18e. Daarna was het 3 dagen iets zachter, maar vanaf de 21e werd het weer koel/fris met middag temperaturen van 12° (normaal voor eind april is ruim 16°). Met Koningsdag was het goed weer met 15° en zonnige perioden, maar de laatste 2 dagen van april waren weer fris met 12°. Op 26 april vroor het in noordelijk Nederland vrij fors, Eelde noteerde -4,5°. Met Koningsdag was het goed weer met 15° en zonnige perioden, maar de laatste 2 dagen van april waren weer fris met 12°. April 2021 wam in de top 15 koudste aprilmaanden uit. April was bijna net zo “koud” als maart. In totaal waren er 8 vorstdagen, in Eelde waren dat er zelfs 18. Alleen in 1917 en 1929 had Eelde er meer (20 om 19). In Groot-Brittannië waren er plaatsen waar het bijna iedere dag vroor, maar Schotland ligt hoger en is hoger. Gemiddeld over geheel Groot-Brittannië was het meer dan 60 jaar geleden dat het iedere dag ergens in de UK vroor in april.
Op de 29e trok een kleine maar actieve depressie over Nederland die boven het midden van het land lange tijd bleef hangen en daar veel water bracht. Lelystand kwam aan 54 mm, andere delen van Flevoland, West-Friesland en het zuidwestelijke puntje van Friesland kwamen aan ruim 35 mm. De Bilt noteerde ‘slechts’ 5 mm (op de 30e ruim 8 mm), waarbij het in het Zuidoosten op veel plaatsen zelfs geheel droog bleef. Maar ook aan de westkust van Texel (NH) viel bijna niets.


Het gemiddeld maximum van april lag 3,6 graden onder normaal.

De gegevens van de maand april
Temperatuur: 6,65° tegenover de norm van 2010 en 2020: 9,19° om 9,85° .
Neerslag: 44,7 mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 42,3 mm om 41,6 mm. Landelijk viel ongeveer 41 mm, tegenover normaal 40 om 39 mm.
Zonneschijn: 204,8 uur, tegenover de norm van 2010 en 2020: van 173,6 uur om 189,2 uur. Landelijk scheen de zon ongeveer 221 uur, tegenover normaal 173 om 197 uur.
Het aantal warme dagen in april was 0. Het warmste was het in Arcen met 20,9° op 28 april. De hoogste max. temperatuur was slechts 17,8°. De norm van 1990: 1,6, die van 2000: 2,1 die van 2010: 3,2 en die van 2020: 4,5.
Het aantal zomerse dagen in april was 0. De norm van 1990: 0,1, die van 2020: 0,2, die van 2010: 0,5 en die van 2020: 0,7.
Het aantal vorstdagen: 8 (Eelde 18). De 30 jarige norm van 2000 om 2010 is 4,5 om 3,9 vorstdagen. De normaal van 2020: 3,6 dagen. 1917 had er 14 en uit deze eeuw, 2003 10 stuks en 2013 had er 9.
Luchtdruk gemiddelde: 1020,9 hPa om normaal 1014,5 hPa.
KNMI: cijfers over april

Mei 2021: koel, vrij somber en op veel dagen regen (meest in de vorm van buien)
Mei startte kil, waar april gebleven was. Op 5 en 6 mei hadden de buien soms een licht winters karakter en werd er plaatselijk natte sneeuw waargenomen.
Op de 7e viel er in de vroege ochtend in het zuidoosten zelfs even droge sneeuw waardoor het zelfs even wit werd in het oosten van Brabant, hetgeen sinds 1935 (17 mei) niet meer zo laat in de maand is voorgekomen.
Pas vanaf 9 mei raakten wij de kilte kwijt met een zeer warme dag op 9 mei. De Bilt noteerde 24,9° en Arcen 27,7°. Daarna bleef het licht wisselvalig met temperaturen meest rond 15°, waardoor de gemiddelde maximum temperatuur voor mei uitkwam op 15,6°, de normaal is gemiddeld 18,4°. De echte kou was voorbij na 9 mei, maar mei werd niet zacht en ook niet zonnig. Vanaf 3 mei regende het tot bijna iedere dag, op de 16e ook hagel. Pas vanaf de 28e was het droog en volgden 2 zonnige / warme dagen (30 en 31 mei), als was het op De Wadden en het uiterste noorden van het land met 10 tot 14° beduidend frisser op de 30e waarbij er tot in de middag laaghangende bewolking aanwezig was.
Mei had 24 dagen met neerslag, de normaal is 13.
Wales (UK): daar viel in mei heel veel regen (210 mm), een record hoeveelheid sinds de metingen vanaf 1862 (in 1967 184 mm), deze hoeveelheid was al op 25 mei bereikt.


Overzicht van mei maanden: zie Zonuren 1959

De gegevens van de maand mei
Temperatuur: 11,22°, tegenover de norm van 2010 en 2020: van 13,12° om 13,40°. De hoogste temperatuur was 24,9°, in Arcen 27,7°.
Neerslag: er viel in totaal 104,4 mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 61,9 mm 59,3 mm. Landelijk viel 90 mm (in Friesland en Zuid-Holland tussen 140 en 150 mm)  en over de 5 hoofdstations 84 mm, tegenover normaal 57 om 53 mm.
Zonneschijn: 189 uur, tegenover de norm van 2010 en 2020:  207,2 om 217,5 uur. Gemiddeld over het land scheen de zon 200 uur ( Twente 166 uur), tegenover 207 om 227 normaal. Er waren in De Bilt geen dagen zonder zon, normaal is 2.
Het aantal warme dagen in mei was miniem: 3. De norm van 1990: 7,8, die van 2000: 9, die van 2010: 10,2 en die van 2020: 10,8. 1984 en 1962 hadden 0 warme dagen.
Het aantal zomerse dagen in mei: 0. De norm van 1990: 1,9, die van 2020: 2,9, die van 2010: 3,3 en die van 2020: 3,6.
Warmtegetal: 0,5. De normaal van 2020 (periode van 30 jaar) is 7,2.
Het aantal nachten met vorst: 0.
KNMI: cijfers over mei

De Zomer van 2021 – juni record warm met ‘downburst, hittegolfje en overstromingen’
De zomer (juni) startte erg warm met veel zomerse dagen. Het was ook erg droog, al viel er plaatselijk meer dan 40 mm tijdens felle buien op 4 / 5 juni). Het is wachten op stevige onweersbuien vanaf 18 juni om op andere plaatsen ook wat water te bezorgen. In de avond van de 18e viel er langs de gehele Noord-Hollandse kust veel neerslag, de hoeveelheden lagen meest tussen 40 en 100 mm. De Bilt kwam ‘slechts’ aan 17 mm. Het onweer viel mee, maar plaatselijk waren er valwinden (Downburst Leersum) die erg veel schade aanrichtten. Juli ‘dreigt’ vrij somber te worden. Na de 15 juli behoorde ze tot de top 13 somberste juli maanden. Op 13 en 14 juli viel er veel neerslag in Zuid-Limburg welke tot overstromingen leidde, zie de maand juli. De periode vanaf 17 juli tot 24 juli.was droog, zonnig en redelijk warm. Op 24 en 25 juli viel er plaatselijk weer veel neerslag door plaatselijk stevige buien.  

De gegevens van de Zomer (tot 3 augustus)
De temperatuur: indicatie 17,7°, tegenover de norm van 2010 en 2020: 17,04° om 17,43°.
De neerslag: tot nu toe ongeveer 160 mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 219,6 om 239,2 mm. Landelijk viel gemiddeld — mm, tegenover 209 om 223 mm normaal.
Zonneschijn: tot nu toe ongeveer 450 uur, tegenover de norm van 2010 en 2020: 587,6 om 617,3 uur. Landelijk waren er — zonuren tegenover 585 om 640 uren normaal.
Het aantal warme dagen : tot vandaag 51. De norm van 1990: 50,4, die 2000: 54,7, die van 2010: 59,6 en die van 2020: 63,7.
Het aantal zomerse dagen: tot nu toe 16. De norm van 1990: 15,5, die 2000: 18,1, die van 2010: 20,9 en die van 2020: 21,9.
Het record voor het aantal zomerse dagen in de zomer is 41 uit 1976.
Het aantal tropische dagen in de zomer: 1 . De norm van 1990 was 2,4, die 2000 was 3,2, die van 2010 was 3,8 en die van 2020 is 4,7 geworden. Op 16 juni werd het 31,6° in Ell, de eerste tropische dag in Nederland in 2021.
Het warmtegetal over de zomer: 49,6. De normaal over de gehele zomer: De norm van 2010 en 2020 is 78 om 88.
Na de zomer: KNMI: Samenvatting van de zomer (is er nog niet)

Juni 2021 gemiddeld zeer warm en ze was record zonnig tot de 18e 
Juni startte warm met 4 zomerse dagen op rij (1962 had er over de zomer /jaar in totaal 4), het was droog en zonnig, al waren er op de 3e juni in het oosten van het land pittige buien die bleven hangen. Zodoende viel er op de Veluwe veel neerslag (rond 45 mm in de omgeving van Deelen), terwijl het in de omgeving daarvan (vrijwel) droog bleef.
In de nacht naar de 5e gebeurde hetzelfde. In delen van oostelijk Brabant viel in de avond van de 4e op sommige plaatsen meer dan 30 mm. In de nacht en vroege ochtend van de 5e viel veel regen in het noorden van het land, Leeuwarden noteerde 43 mm en in Drachten, naar verluid, > 60 mm. In het gebied tussen Bergen op Zoom, Den Haag tot aan ongeveer De Bilt (1,2 mm) viel op de 4e en 5e niets of nagenoeg niets. Over de 1e decade scheen de zon 118 uur, alleen 1939 had meer uren zon met 129 uur. Na 17 juni was dit aantal al 201 uur, een record.
Juni 2021 werd record warm, mede omdat er geen echte dips waren in de maand en zonder echte uitschieters naar boven. Juni 1976 was de warmste juni totdat 2017 en 2019 het record verbraken (17,98 om 18,04 om 18,13°). In Zuid Nederland werd het tropisch op de 16e, Ell noteerde 31,6°, De Bilt 28,9°. Op de 17e was er een landelijke tropische dag, De Bilt noteerde 30,8°, Eelde / Twente / Hupsel kwamen aan 33,6° / 33,8° / 34,0°.  Hittegolfje: in het zuiden/zuidoosten en uiterste oosten werd op de 18e de 3e tropische dag op rij genoteerd, waarbij er ’s avonds plaatselijk veel neerslag viel, vooral langs de kust van Noord-Holland, bij af en toe onweer. Delen van Friesland en Drenthe kwam aan ruim 30 mm, maar er viel langs de gehele Noord-Hollandse kust veel neerslag, de hoeveelheden lagen meest tussen 40 en 100 mm vrij korte tijd, terwijl het droog bleef in Zuid-Limburg en de Achterhoek aan de grens met Duitsland. Het aangekondigde onweer / noodweer viel mee, maar in Leersum zullen zij daar anders over gedacht hebben. Daar was een downburst die mede gepaard ging met grote hagelstenen. Over enkele honderden meters knapten vele bomen of werden zij ontworteld (in een gebied van ongeveer 3 bij 5 kilometer) waardoor o.a. huizen en auto’s flink beschadigd werden, er vielen 9 licht gewonden. Er werden zeker 6 woningen onbewoonbaar verklaard. In de buurt van het Gelderse Oldebroek/Oosterwolde knapten 4 elektriciteitsmasten af, zeer waarschijnlijk ook veroorzaakt door valwinden.

Na het onweer / noodweer was het de volgende dag in Limburg en aan de grens met Duitsland in de Achterhoek en Twente opnieuw boven de 25 graden, welke betekende dat Limburg een hittegolf kon noteren (14 t/m 20 juni). Op de 20e werd het 25° in de Achterhoek/Twente zodat na 3 tropische – en daarna 2 zomerse dagen ook daar sprake was van een hittegolf, die de 21e juni zou eindigen.  

Zeer sterkte tornado in Tsjechië: niet alleen Nederland had last van stevig noodweer doordat koude lucht in de hogere luchtlagen botste op de warme lucht. Hele hete lucht spreidde zich uit over Midden- , Oost- en Noord Europa, het werd tot 40° in Zuidoost Europa. Op de grens van deze twee luchtsoorten ontstonden zware buien in Midden-Europa en een zware tornado boven Hodonin in Zuid-Tsjechië, tachtig kilometer ten noordoosten van Wenen. Er waren windstoten van 267 tot 322 kilometer per uur. Het was mogelijk de sterkste tornado ooit in het land gemeten (mogelijk zelfs de sterkste in Europa).

Hitte in Canada 26-29 juni: miljoenen mensen leden onder een ongekende hittegolf aan de Noord-Amerikaanse westkust, waarbij het kwik op veel plaatsen in het westen van Canada en het noordwesten van de Verenigde Staten op liep tot 46 of 47 graden. In de Canadese plaats Lytton, zo’n drie uur rijden ten noordoosten van Vancouver, werd zelfs een temperatuur bereikt van 49,6 graden. Het was de hoogste temperatuur ooit gemeten in Canada. Lytton brak daarmee voor de derde dag op rij het landelijke temperatuurrecord aller tijden.

De laatste decade in Nederland:  ze werd niet zo fris dan eerst verwacht, waardoor juni 2021 toch de warmste juni maand werd. Juni was erg zonnig, maar de laatste decade niet, zodat ze niet in de top 10 kwam. In de laatste decade scheen de zon slechts 28 uur! Het was vrij onstabiel weer de laatste decade met veel stevige buien. In De Bilt viel in totaal 52 mm, maar vooral in de kustprovincies (Noord-Holland en Zeeland) en in Zuid-Limburg viel op veel plaatsen meer dan 140 mm, in de kop van Noord-Holland tot ongeveer 200 mm. Zuidelijk Limburg kreeg de laatste hoosbui van juni over zich heen op 29 juni, daar viel in korte tijd op sommige plaatsen (Eygelshoven, Langgraaf, Kerkrade) tot 100 mm. De reden was niet dat er weinig wind stond en ook was er geen echte wolkbreuk. De reden was dat het activerende front (welke de grens vormde tussen steeds kouder wordende lucht uit het noorden (boven de rest van Nederland) en warme vochtige lucht uit het zuiden, zich niet verplaatste. Het was een ‘patstelling’. De laatste dag van de maand was de koudste, ook in Limburg, De Bilt noteerde 16,1°.

de zomermaanden

De langste aaneengesloten reeks zomerse dagen in De Bilt:
Van 29 juli t/m 15 augustus 1975 : 18
Van 23 juni t/m 9 juli 1976 : 17
Van 15 juli t/m 30 juli 2006: 16
Van 15 t/m 27 juli 2018: 13
Van 5 t/m 17 augustus 2020: 13

Juni 2021 warmste ooit met 18,23°: met 2 zonloze dagen en 2 dagrecords (etmaal & minimum)
Gemeten vanaf 1706 kwam juni 2021 op plaats 5, 1858 en 1889 kwamen aan 18,8°. 

De gegevens van de maand juni 
Temperatuur: 18,23° (een warmte record), tegenover de norm van 2010 en 2020: 15,64° om 16,15°. De hoogste temperatuur was 30,8° op 17 juni (Hupsel 34°).
De neerslag: 52,6 mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 65,6 om 70,5 mm. Landelijk 94 mm, tegenover 65 om 65 mm normaal. Over de hoofdstations 98,7 mm.
Zonneschijn: 243 uur (tot 17 juni scheen de zon al 201 uur, een record tot dan). De norm van 2010 en 2020: 193,9 om 207,1 uur. Landelijk was dat ongeveer 247 uur, tegenover 194 om 214 uur normaal.
In Juni 1959 scheen de zon 300,9 uur in De Bilt, in 1976 290,5 uur.
Het aantal warme dagen: 23. De norm van 1990: 12,8, die van 2000: 12,2, die van 2010: 14,3 en die van 2020: 16,2. Het record is 27 stuks uit 1930 en 2003.
Het aantal zomerse dagen: 12. De norm van 2000: 4,1, die van 2010: 4,8 en die van 2020: 5,1. Het record is 14 stuks uit 1970. Arcen heeft er 18, een absoluut record voor juni, voor zover bekend over de KNMI stations.
Het aantal tropische dagen: 1. De normaal was 0,5. De norm voor 2020 is 0,8. Het record is 6 stuks uit 1976.
KNMI: cijfers over juni

Juli 2021 start met zeer weinig zonuren, daarna watersnoodramp in Duitsland en België, Zuid-Limburg staat blank – stevige buien in het land

De eerste decade was licht wisselvallig met gematigde temperaturen met af en toe enige regen of een (onweers) bui als de temperatuur tijdelijk opliep.
Juli wordt minder zonnig dan juni . Juli had slechts 4 zomerse dagen. De laatste juli maanden zonder zomerse dagen waren de kille maanden juli 2011 (15,9°) en 2000 (15,5°) met slechts 157 om 123 uren zon. Juli 2011 was ook nog eens heel nat met 179 mm (de 2 na natste). Na de 1e decade scheen de zon pas 47 uur, de normaal is 214 uur per maand.

‘Watersnood door vloedgolf’: Het is het weekend van 13 oktober 2013, het regende, in Haarlem valt in dat weekend meer dan 100 mm en De Bilt noteert het absolute dagrecord met 63,9 mm voor De Bilt op de 13e oktober (metingen vanaf 1906). Van overstromingen was toen geen sprake, maar in Noord-Holland of delen van België en Duitsland zijn geen heuvels.
Mei 2021 was al een natte maand in delen van de Eifel, op 29 juni viel er 100 mm in Zuid-Limburg.
14 juli 2021: het is in de vroege ochtend van 14 juli 2021 als het KNMI code rood afkondigt. In grote delen van Zuid-Limburg valt in 2 dagen gemiddeld ongeveer 70 mm. Binnen de Zuid-Limburgse gemeenten bleken grote verschillen te zijn in de hoeveelheid neerslag. Zo viel in het noordwesten van Heerlen ‘slechts’ 30 tot 45 millimeter, terwijl in het zuidoosten (soms in 24 uur) tussen de 75 en 90 millimeter (*) werd geregistreerd, aldus gegevens bij het KNMI/Weerplaza.
Door het heuvelachtige landschap zorgde dit er voor dat riviertjes zoals de normaal kleine Geul sterk stromende rivieren werden waardoor de dorpen natte voeten kregen. Zo stonden plaatsen als Hoensbroek en Valkenburg onder water. Ook stroomopwaarts (in België en Duitsland) viel veel (en soms nog meer) neerslag.
Het waterpeil in de rivieren zoals de Maas, de Roer, de Gulp en de Geul steeg snel, welke voor extra waterdruk zorgde. Hoe hoog het water komt te staan in de Maas stroomafwaarts is nog onduidelijk en of dat nog verdere gevolgen zal hebben is afwachten. Het waterpeil was in ieder geval hoger dan in 1993 en 1995. De afvoer was 3260 m3/s , de hoogste sinds het begin van de metingen in 1911.
Veel doden: In België was het bar en boos en in Noordrijn-Westfalen / Rijnland-Palts helemaal, daar werd de noodtoestand uitgeroepen. In de Eifel werden dorpen zoals Schuld volledig overspoeld door het “riviertje” Ahr dat met een vloedgolf van 3 meter hoog (5 tot 7 meter werd ook waargenomen) door de dorpen raasde. Verschillende huizen stortten in of verdwenen geheel van de aardbodem. Ook bruggen en delen van spoorlijnen verdwenen. Zo was er schade aan 80 stations en aan 600 km spoorlijn. Alles is gewoonweg kapot, zo werd gezegd. Vele dorpen waren eerst alleen per helikopter te bereiken. In Duitsland vielen meer dan 160 doden (**) te betreuren en tientallen (mogelijk nog veel meer) worden nog vermist. In België vielen > 30 doden (bij de Watersnood in 1953: 28 doden).
Na enkele dagen zaten nog 100.000 Duitsers in de Eifel zonder stroom.
(**) Op 17 juli regende het ook fors in Saksen en in Beieren (ook op de grens met Oostenrijk), er viel plaatselijk viel >100 mm in 24 uur, waardoor daar ook overstromingen waren en daar ook slachtoffers vielen.
De Duitse weerdienst waarschuwde al op de 12e, maar er werd niet geluisterd  (of men snapte de ernst niet)
De Duitse weerdienst vertelde aan de ZDF: ‘We hebben gedaan wat gedaan moest worden. De gemeenten zijn tijdig gewaarschuwd voor hoeveelheden regen tot 200 liter per vierkante meter’.
Meteoroloog Marcus Beyer maakte ook duidelijk dat de waarschuwingen niet serieus genoeg werden genomen, terwijl het hoogste waarschuwingsniveau was afgegeven. ‘De eerste voorlopige waarschuwingen werden maandagochtend 12 juli (3 dagen vooruit) al afgegeven en de waarschuwingsberichten werden ook niet door alle media verspreid.
Actuele neerslag uur tot uur: metingen ook door particulieren: WOW-NL.

(*)  Meteo Limburg kwam met deze cijfers, zij sprak over plaatselijk 150 mm over 2 dagen. Over de eerste 15 dagen van de maand viel in westelijk Nederland slechts gemiddeld 25 mm, in de rest van Nederland meest tussen 50 en 100 mm en in Zuid-Limburg plaatselijk tot meer dan 200 mm. Op sommige plaatsen in Rijnland-Palts in Duitsland viel nog meer.

‘Blijf weg uit de dalen en bij het water en geef water de ruimte’
Het water moest ergens heen, zeker omdat de grond al verzadigd was. Dorpjes in de Eifel liggen laag en soms geheel omsloten door de rivier. De regen van 13 en 14 juli was de druppel voor grote delen in het gebied tussen België, Duitsland en Nederland, die de emmer deed overlopen, met als gevolg een soort van vloedgolf, zeker in Duitsland.
De toekomst: met de opwarming en daarmee samenhangend het uitzonderlijke weer. Ook burgers en gemeenten kunnen een bijdrage leveren door verstening van tuinen en steden tegen te gaan. Een verbod op ‘stenen tuinen’ is een optie.
In Nederland is er stroomafwaarts ruimte voor water overloop, hoe dat te doen in dorpen in de Eifel is de vraag, daar is geen ruimte. Waterbuffers aanleggen is mogelijk, maar in het algemeen geldt, ook voor Nederland: zet geen woningen neer in laag gelegen delen en/of in dalen nabij een rivier. Wonen aan een rivier, die ook nog eens van koers kan veranderen bij erg veel regenval, is (en wordt) gewoonweg gevaarlijk. 

Finland 18 juli: Zuidoost Finland noteerde de 31e zomerse dag op rij, een unieke reeks. Op IJsland werd op iedere dag in juli wel ergens op het eiland de 20° overschreden. Het record was 24 uit 1997.
In Nederland werd het beter en zonnige weer vanaf 17 juli, met temperaturen meest tussen 22 en 26°.  Na een mooie meest zonnige week vielen er op 24 en 25 juli plaatselijk opnieuw stevige buien met veel neerslag terwijl het op andere plaatsen (zo goed als) droog bleef. Zo waren delen van Friesland erg nat in de nacht naar de 25e, daar viel op veel plaatsen 50 tot 70 mm, plaatselijk nog meer, zoals in Burgum rond 94 mm. De dagen daarna zou de temperatuur gaan dalen richting de 20°, maar op de 26e / 27e werd het toch nog 27° / 25° in Nieuw Beerta (NO Groningen), terwijl er stevige buien buien vielen in ZW Nederland
. In deze dagen (24 tot 26 juli) zorgden deze plaatselijke stevige buien verspreid in Nederland dat straten blank kwamen te staan, ook in Londen. In Dinant (België) was er schade, auto’s spoelden weg, maar er vielen gelukkig geen gewonden. De Bilt ontsprong tot op heden de dans, haar hoogste hoeveelheid in 1 dag bedroeg ‘slechts’ 20 mm, welke was op de 26e. De laatste 4 dagen van de maand waren aan de koele kant, rond 20°, en vielen er geregeld buien. 

De gegevens van de maand juli 
Temperatuur: 17,99°, tegenover de norm van 2010 en 2020: 17,93° om 18,25°. De hoogste maximum temperatuur bedroeg 26,6° op 18 juli (Arcen 28°).
Neerslag: 98,5 mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 81,1 om 85,2 mm. Landelijk gemiddeld ongeveer rond 80 mm, tegenover 71 om 75 mm normaal. Er waren grote verschillen, zo viel in delen van Noord-Holland 25 tot 50 mm, in het noorden van het land 100 tot 200 en in Zuid-Limburg 130 tot 240 mm.
Zonneschijn: 194,2 uur (met 2 zonloze dagen), tegenover de norm van 2010 en 2020: 206 om 213,9 uur.  Landelijk scheen de zon ongeveer 196 uur, tegenover 203 om 220 uur normaal.
Na 15 juli behoorde juli 2021 tot de top 13 somberste juli maanden met slechts 60 uur zon, daarna werd het toch nog aardig zonnig over de rest van de maand.
Het aantal warme dagen: 28. De norm van 1990 was 18,2, die van 2000 was 20,4, die van 2010 was 22,3 en die van 2020 is 23,3.
Het aantal zomerse dagen: 4. De norm van 1990 was 5,7, die van 2000 was 7,1, die van 2010 is 8,8 en die van 2020 is 9,2.
Het aantal tropische dagen: 0, normaal is 2.
Zie ook het overzicht van het
KNMI: overzicht juli, is er nog niet

Augustus 2021: heftige buien op de 1e
‘Ik snap niets van mensen die zo nodig een huis met een tuin willen en die dan helemaal vol tegelen. Ga dan in een flat wonen’
De maand startte aan de koele kant en was het op de eerste alweer raak. In de regio tussen het Friese Wolvega en Oosterwolde viel 80 tot 110 millimeter neerslag. In Gaast, dat aan het IJsselmeer ligt, werd een hoeveelheid neerslag van 70 tot 80 millimeter gemeten. Dit soort hoosbuien gaan we echt vaker meemaken, maar dat is al zo vaak gezegd door meteorologen.
Wij kunnen er zelf iets aan doen om de overlast te verminderen. Zorgen dat er minder water tegelijk in het riool belandt bijvoorbeeld, door tuinen anders aan te leggen. Tegels eruit, groen erin. 

De gegevens van de maand augustus (tot de 3e)
De temperatuur: voorlopige indicatie 17,2°, tegenover de norm van 2010 en 2020: 17,51° om 17,85°.
Neerslag: ongeveer 9 mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 72,9 om 83,9 mm. Landelijk viel er — mm, tegenover 73 om 83 mm normaal.
De zonneschijn: ongeveer slechts 13 uur, tegenover de norm van 2010 en 2020: 187,7 om 196,3 uur. Landelijk rond — uur, tegenover 195 om 205 uur normaal.
Het aantal warme dagen: tot nu toe 0. De norm van 1990: 19,3, die van 2000: 22,1, die van 2010: 23 en die van 2020: 24,2.
Het aantal zomerse dagen: nog 0. De norm van 1990: 5,6, die van 2000: 7, die van 2010: 7,2 en die van 2020: 7,6.
Het aantal tropische dagen staat op 0. De normaal van 1990: 0,7, die van 2000: 1,2, die van 2010: 1,4 en die van 2020: 1,9.
De hoogste temperatuur was te — met –°, De Bilt kwam aan –°.
Het hoogste warmtegetal over augustus ooit is 96,9 uit 2020. 2021 staat nog op 0.
 
KNMI: overzicht augustus (is er nog niet)

 

De herfst van 2021
—   

De gegevens van de Herfst 
De temperatuur: indicatie –,-° , tegenover de norm van 2010 en 2020: 10,64° om 10,89°.
De herfst noteerde tot nu toe — uur zon, tegenover de normaal van 2010 en 2020: 314 om 339,5 uur. Recordjaar is 2018 met 457 uur, het jaar 1959 had 449 uur zon.
Landelijk scheen de zon  — uur, tegenover 320 om 349 uur normaal.
Neerslag: tot nu toe — mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 241 om 239 mm. Gemiddeld viel landelijk ca — mm, tegenover 229 om 225 mm normaal.
Het aantal warme dagen:  –.  De norm van 1990: 10,7, die van 2000: 11,0, die van 2010: 11,9. De normaal voor 2020: 13,6.
Het aantal zomerse dagen: –. De norm van 1990: 1,0, die van 2000: 1,0, die van 2010: 1,7 en die van 2020: 2,2.

September 2021: 

 

De gegevens van de maand september
Temperatuur: –,-°, tegenover de norm van 2010 en 2020: 14,45° om 14,70°.
Neerslag: — mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 78,1 om 77,9 mm. Gemiddeld over het land viel — mm, tegenover 74 om 74 mm normaal.
De zonneschijn bedroeg — uur, tegenover de norm van 2010 en 2020: 138,3 om 152,8 uur. Gemiddeld over het land waren dat — zonuren, tegenover 143 om 158 uur normaal.
Het aantal warme dagen in september: –. De norm van 1990: 9,1, die van 2000: 9,7, die van 2010: 10,3 en die van 2020: 11,7.
Het aantal zomerse dagen in september: –. De norm van 1990: 1,0, die van 2000: 0,9, die van 2010: 1,7 en die van 2020: 2,1.

Warmtegetal en Warme dagen 2021 

 

Oktober 2021: 

De gegevens van de maand Oktober
Temperatuur: –,-°, tegenover de norm van 2010 en 2020: 10,72 om 10,92°.
Neerslag:  — mm ( landelijk rond — mm), tegenover de norm van 2010 en 2020: 82,8 om 81,1 mm. De landelijke norm van 2010 en 2020: 79 om 77 mm.
Zonneschijn — uur (over het land gemiddeld — uur), tegenover de norm van 2010 en 2020: 112,9 om 119,4 uur. De landelijke norm van 2010 en 2020: 113 om 120 uur.

November 2021:
—-

De gegevens van de maand november 
Temperatuur: voorlopige indicatie rond -,-°, tegenover de norm van 2010 en 2020: 6,73° om 7,04°.
Neerslag: – mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 80 om 79,6 mm. Landelijk viel ongeveer — mm. De landelijke norm van 2010 en 2020: 76 om 75 mm.
Zonneschijn — uur, tegenover de norm van 2010 en 2020: 63 om 67,4 uur. Landelijk scheen de zon ongeveer — uur. De landelijke norm van 2010 en 2020: 63 om 70 uur.
Er waren — zonloze dagen in De Bilt. De normaal voor 2010 is. De normaal voor 2020 is 8,2 zonloze dagen.
Vorstdagen: -. De 30 jarige norm van 2000 om 2010: 6,4 om 5,5. De normaal van 2020: 4,7.
IJsdagen: -. De 30 jarige norm van 2000 om 2010: 0,43 om 0,47 ijsdag. De normaal van 2020: 0,37.

December 2021:

De gegevens van de maand december
Temperatuur: -,-°, tegenover de norm van 2010 en 2020: 3,7° om 4,23°.
Neerslag: — mm, tegenover de norm van 2010 en 2020: 76 om 83,8 mm. Het gemiddelde over het land viel — mm, tegenover 76 om 77 mm normaal.

De zonneschijn bedroeg in De Bilt — uur, tegenover de norm van 2010 en 2020: 49 om 55,5 uur. De zon scheen deze maand gemiddeld over het land circa — uur, terwijl het langjarig gemiddelde 49 om 58 uur is.
December had — zonloze dagen. De normaal van 2010: 13 zonloze dagen, de normaal voor 2020: 11,4.
Vorstdagen: -. De 30 jarige norm van 2000 om 2010: 11,8 om 13,0 vorstdagen. De normaal van 2020: 11,2 dagen.
IJsdagen: -. De 30 jarige norm van 2000 om 2010: 1,9 om 2,4 ijsdagen. De normaal van 2020: 1,8 dagen.

KNMI: cijfers over december 2021

Summary
Opvallend over de jaren vanaf 1901 valt op dat 12 jaren uit deze eeuw (vanaf 2001) in de top 20 warmste staan en 16 in de top 25.

Extremen Nederland Gegevens van het KNMI over 2020:
Naar KNMI jaaroverzicht over : 2021 (volgt begin 2022)
Zonuren per jaar: de trend
Zomeroverzicht: de zomermaanden
Jaaroverzichten: Jaaroverzichten

De gegevens / bronnen (van o.a. station De Bilt):
Van o.a. het KNMI, KMI, Wetteronline, Wetterzentrale, weerstatistieken.nl, weergegevens.nl, Weerplaza, The Met. Office & Michael Schaap.
Dank o.a. aan Jan Visser en Harry Geurts voor enige achtergrond informatie en cijfers.