Atikel uit 2016 – aparte pagina in 2026

Een nieuwe schaalverdeling van het Hellmanngetal/ koudegetal 

De herwaardering van de schaalverdeling Hellmanngetal / Koudegetal
De officiële tabel is achterhaald: door Frank van der Fluit & Tom van der Spek

Met dank aan Tom van der Spek: artikel op 17-2-2016 (KNMI) 
Een willekeurige winter moet heel wat vorst opleveren om als ‘streng’ betiteld te kunnen worden. Kijkend naar de gegevens van De Bilt noemen wij de tien koudste winters die in het tijdvak 1901 t/m 2000 zijn voorgekomen ‘streng’, dan moet een strenge winter tenminste 158 Hellmann punten scoren’, aldus Tom van der Spek.

Zelf vond ik in mijn tienerjaren al dat de marge voor een normale winter tussen 40 en 100 veel te groot is. Als extra argument is aan te voeren dat waarden tussen 80 en 100 vaak een aardige winter weergeven, kijk maar naar de winter van 2010 en 2012 met 94,7 om 88,4, of die van 1969. En dan heb ik het nog niet over de zeer koude maand februari 1956.

Tom schreef verder:
‘Als wij stellen dat van iedere honderd winters er 40 aan de koude kant zijn en 40 aan de zachte kant, dan zijn er 20 winters ‘gemiddeld’. Voor De Bilt houdt dat in dat voor een gemiddelde winter van de 20e eeuw het een Hellmanngetal tussen de 35 en 73 oplevert en een vorstsom tussen 169 en 239 punten’, aldus Tom. Dat lijkt mij zeker een (meer) evenwichtige norm om aan te houden.

Een meer evenwichtige tabel van het Koudegetal – Hellmanngetal:
de nieuwe waardering van het koudegetal

Op de manier van meten zoals Tom het beschreef zou je een nieuwe tabel kunnen aanhouden. Deze is er niet, dus maakte ik er zelf één, publicatie eind 2016.
Kijkend naar de ijskoude maand februari 1956, met koudegetal 202 of naar de winter van 1979, is deze tabel gerechtvaardigd en zeker meer in balans. Zeker ook als je kijkt naar de toelichting over februari 1956 en de lijst top 25 koude getallen en de ’toegift’ van de vorstsom.
Een nieuwe, meer accurate, schaalverdeling Hellmanngetal / koudegetal 


Februari 1956
Het is moeilijk een ‘strenge winter’ te definiëren. Volgens het ‘Hellmann Getal’ moet dit 300 punten zijn, maar dan is bijna niet één winter streng. Daarnaast zijn er maanden, zoals die van februari 1956, die erg koud waren. Echter, de winter van 1956 voldoet niet aan streng, terwijl de etmaal temperatuur voor februari -6,7℃ was, wat het maandrecord is vanaf het jaar 1824, met een koude getal van 202!!
Op 16 februari vroor het in De Bilt 21,6° en in Uithuizermeeden werd -26,8° gemeten.
Er moet ergens een lijn getrokken worden, maar dit soort winters zoals die van 1956 behoren voor mij ook tot ‘streng’, zeker als je 1956 met 1996 vergelijkt. 1996 kwam over de gehele winter “maar” tot 145 koude punten, vandaar deze nieuwe schaalverdeling.

2-top-10-koudegetallen

Vorstsom om Koudegetal – erg koude winters met de koudste maanden:
1929: 595 om 225 (februari ’29: 335 om 157)
1940: 670 om 294  (januari ’40: 354 om 173)
1942: 787 om 334  (januari ’42: 375 om 182)
1947: 732 om 348 (februari ’47: 312 om 156)
1956: 545 om 223 (februari ’56: 425 om 202)
1963: 800 om 337  (januari ’63: 358 om 164)

De informatie staat ook op de pagina: Winter overzichten.
Deze staat daar een beetje weggestopt mede omdat daar veel gegevens/overzichten staan over de winters, vandaar deze aparte pagina over de scheve schaalverdeling van het Hellmanngetal.
Overzicht alle Hellmann-koudegetallen